Als er één gewasgroep is die elke moestuinier zou moeten telen, zijn het peulvruchten. Ze zitten boordevol plantaardig eiwit, ze smaken vers uit de tuin onvergelijkbaar beter dan uit blik, en ze hebben een superkracht die geen enkele andere groente bezit: ze maken hun eigen stikstof. Letterlijk. Dat klinkt als tuiniersmagie, en dat is het eigenlijk ook — zij het met een wetenschappelijke verklaring.
De stikstoftruc
Peulvruchten leven in symbiose met Rhizobium-bacteriën die zich vestigen in knobbeltjes op de wortels. Deze bacteriën zetten stikstof uit de lucht om in een vorm die planten kunnen opnemen. Na de oogst laat je de wortels in de grond zitten: de opgeslagen stikstof komt vrij en voedt de volgende teelt. Een natuurlijke groenbemester én voedselproducent in één — het is bijna te mooi om waar te zijn.
Tuinbonen: de vroege vogels
Tuinbonen (Vicia faba) zijn de eerste peulvruchten van het seizoen. Je kunt ze al in februari of maart direct buiten zaaien — ze verdragen vorst tot -5°C. Zaai de bonen 5 cm diep met 20 cm tussenruimte in dubbele rijen. Zodra de planten bloeien en de eerste peulen zich vormen, knip je de topscheuten af. Dit ontmoedigt zwarte bonenluis (Aphis fabae), die dol is op de zachte groeipunten.
Oogst tuinbonen als de peulen dik en stevig zijn maar de bonen binnenin nog groen en zacht. Wie wacht tot ze meelwit worden, is te laat — de smaak is dan aanzienlijk minder.
Rassen
- Witkiem — het klassieke Nederlandse ras, betrouwbaar en productief
- Crimson Flowered — prachtige rode bloemen, dubbelfunctie als sierplant
- Hangdown Grünkernig — blijft lang groen en mals
Pronkbonen en snijbonen: de zomerklimmers
Pronkbonen (Phaseolus coccineus) zijn de showponies van de moestuin: scharlakenrode bloemen die ook nog eens bijen en kolibries aantrekken — nou ja, in Nederland vooral hommels. Zaai ze na de IJsheiligen (half mei) bij stokken of een wigwam van bamboestokken. Ze klimmen tot 3 meter hoog en produceren wekenlang dikke, vlezige peulen.
Snijbonen (stamslabonen, Phaseolus vulgaris) zijn er in stam- en stokvormen. Stambonen zijn compact en hoeven niet te klimmen — handig in kleine tuinen. Zaai ze van half mei tot eind juni, 3-4 cm diep. Oogst elke twee tot drie dagen: hoe vaker je plukt, hoe meer de plant produceert.
Erwten: van peul tot soep
Doperwten (Pisum sativum) zijn de kroonjuwelen van de voorjaarsmoestuin. Zaai ze van maart tot mei, 3 cm diep in een brede geul. Geef ze iets om tegenop te klimmen: een stuk kippengaas of een paar takken van gesnoeid hout volstaan.
Peultjes (suikererwten) eet je met peul en al. Oogst ze als de peulen plat zijn en de erwten binnenin nog amper zichtbaar. Capucijners — die paarsgrijs gedroogd zo kenmerkend zijn voor de Hollandse keuken — laat je aan de plant drogen tot de peulen rammelen.
Linzen: het vergeten Nederlandse peulvruchtje
Ja, je kunt linzen (Lens culinaris) telen in Nederland. Het is niet de meest productieve teelt — linzen houden van droge zomers en onze regenachtige augustusmaanden zijn niet ideaal — maar het kán. Kies groene of bruine linzen (Puy-typen doen het het best), zaai ze in april op een zonnige, goed doorlatende plek en oogst in augustus als de peulen droog en bruin zijn.
Een vierkante meter levert ruwweg 100-200 gram gedroogde linzen op. Niet genoeg om van te leven, maar wel genoeg voor een paar kommen soep met een onbetaalbaar hoog gehalte aan tuiniertevredenheid.
Ziekten en plagen
- Chocoladevlekkenziekte (Botrytis fabae) bij tuinbonen — zorg voor ruime plantafstand en goede luchtcirculatie
- Bonenvlieg — zaai in warme grond (boven 10°C), dan kiemen de bonen snel genoeg om de vlieg voor te zijn
- Meeldauw bij erwten — treedt op bij warm, droog weer gevolgd door vochtige nachten; kies resistente rassen
- Bruinvlekkenziekte bij erwten — vruchtwisseling van minimaal vier jaar is de beste preventie
Peulvruchten bewaren
Verse bonen en erwten kun je blancheren en invriezen — ze behouden zo maanden hun smaak en textuur. Droogbonen en -erwten laat je aan de plant drogen, dorst ze uit de peulen en bewaar ze in luchtdichte potten op een koele, donkere plek. Goed gedroogde peulvruchten zijn jarenlang houdbaar.
Slim combineren
In de Midden-Amerikaanse milpa-traditie worden bonen, maïs en pompoen samen geteeld: de drie zusters. Maïs biedt steun aan de bonen, bonen leveren stikstof, pompoen bedekt de grond. Deze combinatie werkt ook in de Nederlandse moestuin, al vervang je de maïs bij voorkeur door een robuust ras dat tegen onze zomers kan.
Peulvruchten telen is investeren in je tuin op de lange termijn. Ze vullen je bord, verbeteren je bodem en herinneren je eraan dat de natuur al lang vóór ons had bedacht hoe je een ecosysteem in balans houdt.
