Beschrijving
Heracleum sphondylium, de gewone berenklauw, is een forse, tweejarige tot overblijvende plant uit de schermbloemenfamilie (Apiaceae). De plant kan 80 tot 150 centimeter hoog worden en heeft grote, diep ingesneden bladeren die ruw behaard zijn. De stengel is hol, geribd en eveneens behaard. De bloemen staan in grote, samengestelde schermen die tot 20 centimeter breed kunnen worden. De witte tot lichtroze bloempjes zijn straalsgewijs vergroot aan de buitenzijde van het scherm. Let op: verwar deze inheemse soort niet met de invasieve reuzenberenklauw (Heracleum mantegazzianum), die veel groter wordt en ernstige brandwonden kan veroorzaken.
Ecologische waarde
De gewone berenklauw is ecologisch gezien een van de waardevolste wilde planten van Nederland. De brede, open bloemschermen zijn bijzonder toegankelijk voor korttontige insecten. Zweefvliegen, soldaatjes, sluipwespen, kevers en vele andere insecten bezoeken massaal de bloemen. Onderzoek heeft aangetoond dat meer dan honderd verschillende insectensoorten op de bloemen van berenklauw zijn waargenomen.
De zaden zijn voedsel voor vogels, en de holle stengels bieden in de winter overwinteringsplaatsen voor solitaire bijen en andere insecten.
Groeiomstandigheden
Gewone berenklauw groeit het beste op voedselrijke, vochtige tot natte klei- of leemgrond, maar is zeer aanpasbaar. De plant verdraagt halfschaduw en is regelmatig te vinden aan bosranden en in houtwallen. Op droge, arme grond blijft de plant kleiner maar kan zich nog steeds handhaven.
Gebruik in de ecotuin
In de ecotuin past gewone berenklauw uitstekend in een ruigte- of oeverzone. De plant combineert mooi met Filipendula ulmaria (moerasspirea), Lythrum salicaria (grote kattenstaart) en Angelica sylvestris (gewone engelwortel). Geef berenklauw voldoende ruimte, want het is een forse verschijning.
Tips
- Plant gewone berenklauw in de achtergrond van een border of langs een sloot- of vijverrand.
- De jonge bladeren en stengels zijn eetbaar en werden traditioneel als groente gebruikt — maar raak de plant bij zonnig weer niet aan met blote handen, want het sap kan in combinatie met zonlicht lichte huidirritatie veroorzaken (fototoxiciteit).
- Laat uitgebloeide stengels staan tot het voorjaar als insectenhotel.
- Zaai in het najaar rechtstreeks op de gewenste plek; de zaden hebben koude nodig om te kiemen.




