Herkenning
De groenling (Chloris chloris) is met 14–16 cm forser dan de meeste vinken. Mannetjes geel-groen met opvallend gele vleugelranden en staartranden; vrouwtjes doffer en grijzer. Snavel stevig en vrij dik — geschikt om grote zaden te kraken. Geluid: een licht-nasaal 'tsjieee'.
Ecologische waarde
Belangrijke verspreider van zaden — vooral grote zaden zoals zonnebloempit, beukenootje, esdoornzaad. Beschermd; algemeen maar lokaal afgenomen sinds 2010 door 'trichomonose' — een ziekte verspreid via vuile voederplanken. Aanwezigheid is gewoon, maar wel kwetsbaar.
Leefwijze
Twee broedsels per jaar. Bouwt nest in dichte struik of klimop op 1–3 m hoogte. 's Winters in groepen, vaak met andere vinken en kepen, op voederplanken en in zaadrijke bermen.
In de ecotuin
Voederplank met zonnebloempitten is de directe magneet. Belangrijk: reinig voederplanken wekelijks om trichomonose te voorkomen. Behoud kaardebol, zonnebloemen, distels voor natuurlijke zaadbron. Klimop voor broedlocatie.
Tips
- Voederplank met zonnebloempitten — wekelijks reinigen tegen trichomonose
- Plant kaardebol en zonnebloemen — natuurlijke zaadbron
- Klimop voor broedlocatie
- Bij ziekte-uitbraak: voederplank tijdelijk weghalen



