Herkenning
De kneu (Linaria cannabina) is een kleine vink met grijsbruine algemene kleur. Mannetjes in voorjaar hebben een opvallende rode borst en rode kruin — afgewisseld met grijsbruine flanken. Vrouwtjes en jongen blijven gestreept bruin. Geluid: melodisch tsjirpen, vaak in koor met andere kneutjes.
Ecologische waarde
Kneutjes zijn specialist op zaden van akkeronkruiden — soorten die in moderne intensieve landbouw verdwenen zijn. Sterke afname sinds 1970 (60%+) door herbiciden en monocultuur. Beschermd. Een ecotuin met diverse wilde planten kan kneutjes terugbrengen — kleine bijdrage maar reëel.
Leefwijze
Twee broedsels per jaar. Bouwt nest in dichte struik of jonge dennen. 's Winters in groepen op akkerranden en bermen, foerageert op zaden van wilde planten — vooral kruisbloemigen en composieten.
In de ecotuin
Een ruige hoek met wilde-bloemen-mix, niet gemaaid voor oktober, is wat de kneu zoekt. Combineer herderstasje, paarse dovenetel, hennepnetel — soorten die we vaak als 'onkruid' weghalen. Geen pesticiden — direct dodelijk.
Tips
- Ruige hoek met wilde-bloemen-mix, niet gemaaid voor oktober
- Behoud 'onkruiden' — herderstasje, paarse dovenetel
- Geen pesticiden — kneu is uiterst gevoelig
- Voederplank met nyjer-zaad in winter



