097·Urticaceae·Inheems·50–150 cm

Grote brandnetel

Urtica dioica

vlinderswaardplanteetbaarmedicinaal
Grote brandnetel

Wikimedia Commons / CC BY-SA 3.0

Karakter

Een stoere, brandharige pionier die overal opduikt waar de bodem voedselrijk is en door de mens is beroerd. Grote brandnetel is de onmisbare ruggengraat van het inheemse vlinderleven en een kruidenplant van formaat.

Standplaats

zon
halfschaduw

Bloeiperiode

jan
feb
mrt
apr
mei
jun
jul
aug
sep
okt
nov
dec

Hoogte

50–150 cm

Matig vochtig

Bodem

kleileem

Levensduur

overblijvend

Biotoop

Ruigten, bosranden, oevers, tuinen en braakland op voedselrijke, stikstofhoudende bodem.

Herkomst

Inheems

Oorspronkelijk in Nederland

Veelgestelde vragen

Over Grote brandnetel

Wat is Grote brandnetel?+

Een stoere, brandharige pionier die overal opduikt waar de bodem voedselrijk is en door de mens is beroerd. Grote brandnetel is de onmisbare ruggengraat van het inheemse vlinderleven en een kruidenplant van formaat.

Waar groeit Grote brandnetel van nature?+

Ruigten, bosranden, oevers, tuinen en braakland op voedselrijke, stikstofhoudende bodem.

Waar plant ik Grote brandnetel in mijn tuin?+

Standplaats: zon, halfschaduw. Watervoorkeur: Matig vochtig. Hoogte: 50–150 cm.

Wanneer bloeit Grote brandnetel?+

Grote brandnetel bloeit in: juni, juli, augustus.

Signatuur

Urtica dioica, de grote brandnetel, is een overblijvende kruidachtige plant uit de brandnetelfamilie (Urticaceae) die 50 tot 150 centimeter hoog wordt. De hele plant is bezet met brandharen — holle, kiezelhoudende haren die bij aanraking afbreken en een cocktail van histamine, acetylcholine en mierenzuur in de huid injecteren. De stengel is vierkant, de bladeren zijn hartvormig met een gezaagde rand en staan kruisgewijs tegenoverstaand. Brandnetel is tweehuizig: mannelijke en vrouwelijke bloemen groeien op gescheiden planten. De onopvallende, groenige bloemen hangen in lange, slappe trossen vanuit de bladoksels. Het is een plant die geen schoonheidsprijs wint maar ecologisch van onschatbare waarde is.

Thuis in

Grote brandnetel is inheems in heel Europa, gematigd Azië en delen van Noord-Afrika. In Nederland komt de plant uiterst algemeen voor op voedselrijke, stikstofhoudende bodems. Brandnetel is een betrouwbare indicator van hoge stikstofgehalten in de bodem — waar brandnetels massaal groeien, is de bodem rijk aan nitraten en fosfaten. De plant gedijt in bosranden, langs slootkanten, op braakliggende terreinen, in tuinen en bij boerderijen. Brandnetel verdraagt zowel zon als halfschaduw en groeit op klei, leem, zand en veen, mits de bodem voldoende voedingsstoffen bevat. De plant verspreidt zich zowel via zaad als via ondergrondse wortelstokken en kan uitgestrekte, dichte populaties vormen.

Ecosysteemrol

De grote brandnetel is ecologisch gezien een van de allerbelangrijkste planten van de Nederlandse flora. De plant is waardplant voor de rupsen van minstens vijf inheemse vlindersoorten: de dagpauwoog (Aglais io), de kleine vos (Aglais urticae), de atalanta (Vanessa atalanta), de distelvlinder (Vanessa cardui) en de landkaartje (Araschnia levana). Zonder brandnetels zouden deze vlinders uit ons landschap verdwijnen. Daarnaast leven meer dan 100 insectensoorten op of van de plant, waaronder bladluizen die op hun beurt voedsel zijn voor lieveheersbeestjes, zweefvlieglarven en mezen. De dichte brandnetelvegetatie biedt schuilgelegenheid aan egels, kikkers en diverse kleine zoogdieren. De plant speelt ook een rol in de nutriëntencyclus door stikstof op te nemen en na afsterving weer beschikbaar te maken voor andere planten.

Wilde buren

In de natuur staat grote brandnetel vaak samen met Galium aparine (kleefkruid), Geum urbanum (geel nagelkruid), Alliaria petiolata (look-zonder-look), Lamium album (witte dovenetel) en Aegopodium podagraria (zevenblad). Aan oevers en in natte ruigten groeit de plant naast Filipendula ulmaria (moerasspirea), Symphytum officinale (gewone smeerwortel) en Epilobium hirsutum (harig wilgenroosje). Op bosranden vormt brandnetel samen met Anthriscus sylvestris (fluitenkruid) de typische voorjaarsruigte die het overgangsgebied tussen bos en open land markeert.

Leven in de plant

De bloemen van de grote brandnetel worden door de wind bestoven — een primitief maar efficiënt mechanisme. De mannelijke bloemen schieten hun stuifmeel explosief de lucht in via een veermechanisme in de meeldraden. Dit is een van de snelste bewegingen in het plantenrijk. Op de bladeren leven kolonies van de brandnetelbladluis (Microlophium carnosum), die gespecialiseerd is op Urtica. Deze bladluizen vormen een cruciaal voedselweb: ze worden gegeten door larven van het tweestippelig lieveheersbeestje (Adalia bipunctata), door zweefvlieglarven en door diverse sluipwespen. De rupsen van de dagpauwoog en kleine vos leven in groepen in een gezamenlijk spinsel op de brandnetelbladeren en verpoppen zich vaak in de directe nabijheid. Vogels als de winterkoning en heggenmus nestelen in dichte brandnetelvegetaties.

In jouw tuin

Laat in een hoek van je tuin een stuk brandnetel staan — bij voorkeur op een zonnige tot halfbeschaduwde plek. Een vierkante meter is al voldoende om dagpauwoog- en kleine vosrupsen te huisvesten. Maai de brandnetels half juni eenmaal af; ze lopen weer uit en bieden dan in juli-augustus vers blad voor een tweede generatie rupsen. De jonge scheuten (april-mei) zijn eetbaar en zeer voedzaam: ze bevatten meer ijzer dan spinazie, veel vitamine C en zijn traditioneel gebruikt in soep, thee en als groente. Brandnetelgier — een week lang geweekte brandnetels in water — is een uitstekende biologische meststof rijk aan stikstof en kalium. Combineer je brandnetelplek met Lamium album (witte dovenetel) en Geum urbanum (geel nagelkruid) voor een natuurlijke ruigtehoek die ecologisch bruist.

Wist je dat

De vezels in de stengel van de grote brandnetel zijn zo sterk dat ze eeuwenlang zijn gebruikt als textielgrondstof. In de Eerste Wereldoorlog, toen katoenimporten stokten, werd in Duitsland op grote schaal brandnetelvezel geoogst voor uniformstof. Eén hectare brandnetels levert tot 2.500 kilo droge stengels op, waaruit 300 kilo spinbare vezel kan worden gewonnen. Recent onderzoek van de Universiteit van De Montfort (Leicester) toonde aan dat brandnetelvezel qua sterkte vergelijkbaar is met vlas en zachter aanvoelt dan hennep. De brandharen zelf zijn een ingenieus wapen: de punt van elk haar is een microscopisch glazen naaldje (siliciumoxide) dat bij de lichtste aanraking afbreekt langs een voorgevormde breuklijn, waarna de holle haar als een injectienaald de irriterende stoffen in de huid spuit.

Bronnen & verder lezen

Laatst bijgewerkt: 2 april 2026.