Beschrijving
Molinia caerulea, pijpestrootje, vormt opgaande horsten van 60–120 cm met smal, blauwgroen blad en luchtige paarsige bloeipluimen in de hoogzomer. In het najaar verkleurt het blad spectaculair naar goud, oker en koper. De Nederlandse naam komt van het gebruik van de stengels als pijpenwissers in de tijd dat tabakspijpen schoongemaakt moesten worden.
Ecologische waarde
Belangrijke waardplant voor het bont zandoogje en het oranje zandoogje (vlinders). Ook de rups van de groot dikkopje leeft op pijpestrootje. Vogels foerageren in herfst en winter op de zaden. De horsten bieden schuilplaats aan veldmuizen en kleine reptielen.
Groeiomstandigheden
Vochtige tot natte, voedselarme zure veen- of zandbodem. Volle zon. Verdraagt geen kalk en geen voedselrijke grond. Sterk droogteresistent na vestiging maar liever vochtig.
Gebruik in de ecotuin
Onmisbaar in een prairie- of heidetuin. Combineer met dopheide, struikhei en bochtige smele voor een complete heide-effect. Ook prachtig solitair als sculpturaal accent in een minimalistische tuin. De winterkleur is een geschenk.
Tips
- Knip pas in maart de oude stengels weg — winterstructuur en habitat behouden.
- Plant in groepen van 3–5 voor natuurlijke ritmiek.
- Cultivars zoals 'Heidebraut' bestaan, maar voor ecologie: kies de wilde soort.
- Combineer met vlindermagneten zoals knoopkruid en wilde marjolein.




