252·Cyperaceae·Inheems·20–60 cm

Wollegras

Eriophorum angustifolium

hoogveenheidezuurdecoratief
Wollegras

Wikimedia Commons / CC BY-SA 4.0

Karakter

Wollegras staat als witte wattenbollen in het hoogveen — het symbool van het levende hoogveen. Ze is indicator voor intact, nat, voedselarm veen en een van de mooiste winterbeelden van de Nederlandse natuur.

Standplaats

zon

Bloeiperiode

jan
feb
mrt
apr
mei
jun
jul
aug
sep
okt
nov
dec

Hoogte

20–60 cm

Vochtig / nat

Bodem

veen

Levensduur

overblijvend

Biotoop

Levend hoogveen, natte heide en veenmoeras op permanent natte, zure, voedselarme veenbodems.

Herkomst

Inheems

Oorspronkelijk in Nederland

Veelgestelde vragen

Over Wollegras

Wat is Wollegras?+

Wollegras staat als witte wattenbollen in het hoogveen — het symbool van het levende hoogveen. Ze is indicator voor intact, nat, voedselarm veen en een van de mooiste winterbeelden van de Nederlandse natuur.

Waar groeit Wollegras van nature?+

Levend hoogveen, natte heide en veenmoeras op permanent natte, zure, voedselarme veenbodems.

Waar plant ik Wollegras in mijn tuin?+

Standplaats: zon. Watervoorkeur: Vochtig / nat. Hoogte: 20–60 cm.

Wanneer bloeit Wollegras?+

Wollegras bloeit in: april, mei.

Beschrijving

Eriophorum angustifolium, het wollegras of veenpluis, heeft smalle bladeren en witte, zijdezachte vruchtpluimen die aan wattenbollen doen denken. Ze groeit in grote kolonies in levend hoogveen.

Ecologische waarde

Wollegras is indicator voor levend, ongestoord, nat hoogveen. De witte pluimen worden door vogels gebruikt als nestmateriaal. Ze vormt een microhabitat voor diverse hoogveeninsecten.

Groeiomstandigheden

Ze wil levend sphagnumveen, permanent nat en voedselarm met regenwater. Vrijwel onkweekbaar in een gewone tuin.

In jouw tuin

  • Alleen in een gespecialiseerde hoogveenbak met sphagnum en regenwater.
  • Combineer met ronde zonnedauw, veenbes en lavendelheide.
  • Bezoek haar in het wild in mei — Fochteloërveen, Bargerveen.

Bronnen & verder lezen

Laatst bijgewerkt: 3 april 2026.