Herkenning
De groene sabelsprinkhaan (Tettigonia viridissima) is met 30–42 mm onze grootste inheemse sabelsprinkhaan. Het lichaam is helder grasgroen, soms met een fijne bruine streep langs de rug. De vleugels reiken voorbij het achterlijf. Voelsprieten zijn dunner dan een haar en kunnen 2× zo lang zijn als het lichaam zelf — een van haar handelsmerken. Vrouwtjes hebben een lange, gebogen 'sabel' aan het achterlijf — dat is geen wapen maar een eierlegger.
Ecologische waarde
Deels carnivoor — eet bladluizen, kleine rupsen en andere insecten — en daardoor een natuurlijke regulator. Mannetjes striduleren ('s zomers het scherpe 'tsjirp-tsjirp' op zomeravonden) door vleugel-tegen-vleugel te wrijven. Aanwezigheid wijst op een ongestoorde vegetatiestructuur.
Leefwijze
Eieren overwinteren in de bodem; nimfen verschijnen in mei en groeien tot volwassen in juli. Volwassen exemplaren leven 2–3 maanden, vooral op zoek naar prooi en tijdens de schemer luid stridulerend. De vrouwtjes prikken eieren met de sabel in de bodem af.
In de ecotuin
Vraagt hoge, niet-gemaaide vegetatie van minimaal 50 cm — een ruige hoek, een bermstrook, of een onbemaaid hooilandvak. In strakke gazons afwezig. Geen pesticiden — sabelsprinkhanen zijn extreem gevoelig.
Tips
- Laat een hoek met hoge grassen ongemaaid van mei tot november
- Geen pesticiden — direct dodelijk voor sprinkhanen
- Bouw een takkenril of overhoek voor schuilplaats
- Lokken werkt niet — biotoop is doorslaggevend



