Herkenning
De kruisspin (Araneus diadematus) is met 10–18 mm de grootste algemene tuinspin van Nederland. Het lichaam is bruin tot oranjebruin met een witte tekening op het achterlijf in de vorm van een kruis — vandaar de naam. Vrouwtjes zijn beduidend groter dan mannetjes. De acht poten zijn lang en voorzien van zwart-witte ringen. Bouwt elke nacht een wielweb van 30–50 cm doorsnede tussen takken.
Ecologische waarde
Een fenomenale plaagcontrole-soort: één kruisspin vangt naar schatting 500–1000 insecten per zomer — vooral muggen, kleine vliegen en motjes. In tuinen en boomgaarden draagt ze direct bij aan het biologisch evenwicht. Onschadelijk voor mensen — het gif is alleen voor insecten.
Leefwijze
Eitjes overwinteren in een gele zijden cocon onder schors of in muurspleten. In voorjaar verschijnen jongen die zich verspreiden via 'ballooning' (zijden draadje + wind). Vrouwtjes worden in juni-juli volwassen en bouwen vanaf juli avond na avond een vers wielweb. Mannetjes zoeken in augustus paringspartners en sterven kort daarna; vrouwtjes leven tot oktober en sterven na eitjes-leggen.
In de ecotuin
Geen actie nodig — kruisspinnen verschijnen vanzelf in elke ruige tuin. Niet schoonvegen van webben, geen insecticiden. Een struweelrand of hoge ruigte van minstens 1 m hoog levert ideale 'kapstokken' voor webben. In oktober verstoppen vrouwtjes eierzakjes — laat oude takken en stengels staan tot voorjaar.
Tips
- Niet schoonvegen van wielwebben in struiken of langs paden
- Behoud hoge ruigte (1 m+) als web-bouwsel
- Laat oude takken en stengels staan in winter — eitjes overwinteren erin
- Geen insecticiden — direct dodelijk voor spinnen en hun prooi



