Herkenning
De kleine watersalamander (Lissotriton vulgaris) is een slanke salamander van 70–110 mm. Bovenkant bruingrijs gemarmerd; buik fel oranje met zwarte stippen — onmiskenbaar. In paartijd (april–mei) ontwikkelen mannetjes een hoge gegolfde rugkam en lichtere flanken. Vrouwtjes blijven dofbruin het hele jaar.
Ecologische waarde
Algemene en wijdverspreide soort, maar overal teruglopend door verlies van kleine wateren in agrarisch landschap. Beschermd onder Wet natuurbescherming. Belangrijke regulator van vijver-fauna en deel van de voedselketen voor reigers, ringslangen en kleine roofvogels.
Leefwijze
Twee fases: waterfase in maart–juli (volwassen voortplanting in water), landfase in juli–oktober (volwassen en jongen op land in vochtige plekken). Vrouwtjes vouwen eitjes één voor één in waterplant-bladeren — uniek werk: tot 400 eitjes per seizoen. Larven hebben uitwendige kieuwen en zwemmen 2–3 maanden tot ze metamorfosen.
In de ecotuin
Een mini-vijver van 1+ m² met dichte oeverbegroeiing volstaat. Voor de landfase: zorg voor een rommelige hoek met stenen, bladstrooisel en holle stengels binnen 50 m van de vijver — daar overwinteren ze. Geen vissen, geen pesticiden in een straal van 100 m.
Tips
- Mini-vijver met flauwe oever en dichte vegetatie
- Rommelige overwintering-hoek binnen 50 m
- Geen vissen — eten salamanders en larven
- Niet aanharken in herfst — overwinteraars in bladstrooisel



