Herkenning
De koolmees (Parus major) is de grootste inheemse mezensoort, 13 tot 15 centimeter groot. Kenmerkend zijn de gele borst en buik met een brede zwarte middenstreep, de glanzend zwarte kop met witte wangen, en de olijfgroene rug. Mannetjes hebben een bredere buikstreep dan vrouwtjes. De zang is een helder, tweelettergrepig "tuu-tuu-tuu" dat al vroeg in het voorjaar klinkt.
Ecologische waarde
De koolmees is een van de meest waardevolle tuinvogels voor de natuurlijke plaagbeheersing. Tijdens het broedseizoen voert een paartje dagelijks honderden rupsen, bladluizen en andere insecten aan zijn jongen. Per broedsel van acht tot twaalf jongen worden naar schatting 7.000 tot 9.000 insecten gevangen.
Onderzoek toont aan dat koolmezen de eikenprocessierups effectief bestrijden. Ze zijn daarmee een natuurlijk alternatief voor chemische bestrijding en een goede reden om nestkastjes op te hangen nabij eiken.
Leefwijze
Koolmezen zijn standvogels die het hele jaar in hun territorium blijven. Ze broeden in boomholtes, muurholtes of nestkastjes en leggen één tot twee broedsels per jaar. Het legsel bestaat uit 8 tot 12 eieren. De timing van het broeden is afgestemd op de rupspiek in het voorjaar, zodat er voldoende voedsel is voor de jongen.
Buiten het broedseizoen schakelen koolmezen over op een gemengd dieet van zaden, noten en bessen. Ze zijn regelmatige bezoekers van voedertafels en pindanetjes.
In de ecotuin
Hang nestkastjes op met een invliegopening van 32 millimeter op 2 tot 4 meter hoogte, bij voorkeur met de opening op het noordoosten. Plant inheemse bomen zoals eik en berk die veel insectenlarven herbergen. Vermijd snoei van hagen in het broedseizoen van half maart tot half juli.
In de winter waarderen koolmezen vetbollen, pinda's en zonnebloempitten. Zorg dat voederplekken katvrij zijn.
Tips
- Maak nestkastjes jaarlijks in de herfst schoon om parasieten te voorkomen
- Plant inheemse struiken als meidoorn en vlier die insecten en bessen bieden
- Laat dood hout staan waar mezen naar insectenlarven zoeken
- Voorkom kattpredatie door nestkastjes op kale stam of aan katbelten te hangen



