Herkenning
De huismus (Passer domesticus) is een compacte vogel van 14 tot 15 centimeter. Het mannetje heeft een grijze kruin, kastanjebruine zijkop, een zwarte keelvlek en een bruingestreepte rug. Het vrouwtje is onopvallender met een beige wenkbrauwstreep en egaal bruingrijze onderzijde. Huismussen leven in groepjes en verraden zich door hun kenmerkende, drukke getjilp.
Ecologische waarde
Hoewel de huismus vooral zaadeter is, voert hij zijn jongen vrijwel uitsluitend met insecten en spinnen. Een paartje mussen vangt tijdens de broedperiode duizenden bladluizen, rupsen en muggen. Daarmee levert de huismus een belangrijke bijdrage aan de natuurlijke plaagbeheersing in tuinen en op boerenerven.
De huismus is helaas sterk achteruitgegaan in Nederland. De soort staat op de Rode Lijst als gevoelig. Gebrek aan nestgelegenheid, afname van insecten en verdwijning van groen in dorpen en steden zijn de belangrijkste oorzaken.
Leefwijze
Huismussen zijn standvogels die het hele jaar in de buurt van hun nestplaats blijven. Ze broeden in kolonies, bij voorkeur in holtes onder dakpannen, in klimop of in speciale mussennestkastjes. Er zijn twee tot drie broedsels per jaar met telkens drie tot vijf eieren. De jongen verlaten het nest na circa 14 dagen.
Buiten het broedseizoen foerageren ze in groepen op onkruidzaden, graan en in de herfst op bessen. Ze nemen graag stofbaden in droge, zanderige plekken.
In de ecotuin
De ecotuin kan de huismus helpen door nestgelegenheid te bieden. Plaats meerdere mussennestkastjes naast elkaar onder de dakrand, want mussen broeden graag in elkaars nabijheid. Dichte hagen van meidoorn, liguster of haagbeuk bieden extra nestplekken en beschutting.
Zorg voor een insectenrijke tuin met inheemse planten. Laat zaaddragende planten als smalle weegbree en vogelmuur staan als wintervoedsel. Een stofbadplek van droog zand is een welkome aanvulling.
Tips
- Hang drie of meer mussennestkastjes naast elkaar op, bij voorkeur onder de oost- of noordrand van het dak
- Plant dichte, doornige struiken als meidoorn en sleedoorn voor beschutting
- Laat een hoekje tuin verrommelen met wilde planten die zaden en insecten herbergen
- Bied in de winter aanvullend voer aan met onbehandelde zaden en graan



