Herkenning
De lentemestkever (Anoplotrupes stercorosus) is een glanzend zwart tot blauwzwarte kever van 12–19 mm met een opvallend gewelfd, sterk afgerond schild. De onderkant is metaalblauw glanzend. De voorpoten zijn bewerkt voor graven — sterk en getand. Eén van de robuustste inheemse kevers; voelt aan als een levend zwart kiezeltje.
Ecologische waarde
Cruciale rol in de fosfor- en stikstof-kringloop. Mestkevers graven mestballen onder de grond als voedsel voor hun larven, en transporteren daarbij voedingsstoffen 30–50 cm diep — precies waar plantenwortels het kunnen opnemen. Zonder mestkevers (en ze zijn in NL sterk afgenomen door pesticiden in vee-medicatie) blijft mest aan oppervlak liggen en verdroogt zonder de bodem te bereiken.
Leefwijze
Volwassen kevers vinden mest via geur (sterke chemoreceptoren). Een paartje graaft samen een 30–50 cm diepe gang met mestbal aan het uiteinde. Eitje wordt op de bal gelegd; larve ontwikkelt zich erin. Volwassen kevers leven 1–2 jaar; geen specifieke vlieg-tijd want ze zijn jaarrond actief mits temperatuur boven 5 °C.
In de ecotuin
Voor mestkevers is mest de sleutel — niet zomaar te creëren in een gewone tuin. Aanwezigheid is mogelijk in een tuin grenzend aan een paardenwei, schapenrasterterrein of natuurgebied. Geef nooit pesticiden of antiparasitaire middelen aan honden of paarden direct in tuin — die doden mestkevers in mest tot weken later.
Tips
- Geef geen pesticiden of ontwormingsmiddelen aan honden in de tuin (mest is dan giftig voor kevers)
- Behoud een wilde overhoek waar fauna-mest mag liggen
- Aanwezigheid is een teken van een rijk ecosysteem
- Geen actie nodig om aan te trekken — mestkevers vinden mest vanzelf


