Herkenning
De pimpelmees (Cyanistes caeruleus) is een kleine, kleurrijke vogel van slechts 11 tot 12 centimeter. Het hemelblauwe kapje, de witte wangen met zwarte oogstreep, de gele borst en de groenblauw rug maken hem onmiskenbaar. Mannetjes zijn iets feller gekleurd dan vrouwtjes. De pimpelmees is een acrobatische vogel die vaak hangend aan dunne twijgen en bladeinden foerageert, op plekken die voor grotere mezen onbereikbaar zijn.
Ecologische waarde
De pimpelmees is een efficiënte insectenverdelger, gespecialiseerd in het afzoeken van bladeren en dunne takken. Tijdens het broedseizoen voedt een paartje zijn 8 tot 14 jongen met enorme hoeveelheden rupsen en bladluizen. Per nest worden naar schatting meer dan 10.000 insecten gevangen. Pimpelmezen zijn bijzonder effectief in het bestrijden van kleine rupsen die andere vogels negeren.
Door hun voorkeur voor de buitenste takken van bomen vullen ze de koolmees aan, die meer in het binnenste van de kroon foerageert. Samen vormen ze een complementair bestrijdersduo.
Leefwijze
Pimpelmezen zijn standvogels die het hele jaar in hun territorium verblijven. Ze broeden in kleine boomholtes, muurholtes en nestkastjes met een invliegopening van 26 millimeter, te klein voor koolmezen. Het nest wordt gebouwd van mos, haar en veertjes. Met 8 tot 14 eieren hebben ze een van de grootste legsels van alle Europese zangvogels.
Buiten het broedseizoen vormen pimpelmezen gemengde groepjes met koolmezen en andere mezensoorten die gezamenlijk door boomkronen trekken op zoek naar voedsel.
In de ecotuin
Hang nestkastjes op met een invliegopening van 26 millimeter, specifiek voor pimpelmezen. De kleinere opening voorkomt dat koolmezen het kastje bezetten. Plaats het kastje op 1,5 tot 3 meter hoogte met de opening op het noordoosten. Plant inheemse loofbomen, vooral eik en wilg, die het meeste insectenleven herbergen.
In de winter waarderen pimpelmezen vetbollen, pinda's en zonnebloempitten. Ze zijn acrobatisch genoeg om aan hangend voer te eten, wat grotere vogels afschrikt.
Tips
- Gebruik nestkastjes met 26 mm invliegopening, specifiek voor pimpelmezen
- Plant inheemse loofbomen die veel insecten herbergen als voedselbron
- Bied in de winter vetbollen en pinda's aan op een hangend voederstation
- Snoei bomen en struiken niet in het broedseizoen van half maart tot half juli



