Herkenning
De putter (Carduelis carduelis) is met 12–14 cm klein maar onmiskenbaar door zijn felrode gezicht, witte wangen, zwart-witte kop, en bruinige rug met opvallend gele vleugelband. Geslachten lijken op elkaar — vrouwtjes hebben iets minder rood. Tot 1957 werd hij in Nederland gevangen en als zangvogel gehouden — sindsdien beschermd.
Ecologische waarde
Specialist op zaden van composieten — distels, knoopkruid, kruisdistel, kaardebol. De Latijnse naam carduelis betekent letterlijk 'distelvogel'. Beschermd. Aanwezigheid in jouw tuin in september is direct gekoppeld aan distels en knoopkruid in zaadzetting. Ondanks de bescherming zijn aantallen afgenomen door verschoning van ruige bermen.
Leefwijze
Twee broedsels per jaar. Bouwt klein nest hoog in struiken of bomen, vaak in een gevorkte tak. 's Winters foerageert hij in groepen van 10–50 vogels op zaadhoofden van distels. Een groep putters op een uitgebloeide distelpol is een schouwspel waardig.
In de ecotuin
Maai distels niet weg — laat ze zaadzetten in september. Een paar speerdistels of knikkende distels in een ruige hoek trekt putters direct aan. Plant ook kaardebol, knoopkruid, koningskaars. Niet wegmaaien voor oktober — dat is de putter-zaad-piek.
Tips
- Laat distels staan tot in oktober — zaadhoofden zijn putter-voer
- Plant kaardebol, knoopkruid, koningskaars als aanvulling
- Voederplank met nyjer-zaad in winter
- Geen herbiciden — distels zijn essentieel



