Herkenning
De aardhommel (Bombus terrestris) is een fors, zwart-gele hommel met een opvallende witte achterkant. De koningin is met 22 mm aanmerkelijk groter dan de werksters (11–17 mm) en de mannetjes (14–16 mm). Het patroon — zwart met gele kraag en gele band op het achterlijf, eindigend in wit — is haar handelsmerk. Aardhommels zoemen luid en vliegen al bij 6 °C — een uitzondering onder bestuivers.
Ecologische waarde
Een van de belangrijkste bestuivers van Europa. Polylectisch: ze bezoekt honderden plantensoorten zonder voorkeur voor één familie. Cruciaal voor wilgen-bestuiving in maart, voor moestuingewassen (tomaat via 'buzz pollination'), en voor late zomerbloeiers tot in september. Een tuin zonder aardhommels verliest een fundamentele ecologische functie.
Leefwijze
Sociale soort met annuele kolonies van 200–500 individuen. Alleen de bevruchte koninginnen overwinteren — vanaf maart zoeken ze nestplaatsen, vaak verlaten muizenholen. De koningin start de kolonie alleen, voedt eerste werksters zelf, en wijdt zich daarna aan eieren leggen. In augustus worden mannetjes en jonge koninginnen geboren; de oude kolonie sterft in september.
In de ecotuin
Aardhommels komen vanzelf zodra er bloei is van maart tot oktober. Voor nestelen: laat een schaduwrijke hoek met stenen, oude takkenrillen of dichtbegroeide pollen ongestoord. Niet aanharken in voorjaar — daar zitten koninginnen. De grootste fout: insecticiden, ook 'biologisch' in de buurt.
Tips
- Plant wilg, krokus en longkruid voor maart-bloei
- Laat een ruige hoek met stenen en gras ongestoord — potentieel nest
- Combineer langtongige planten zoals klaver en distel met korttongige zoals knoopkruid
- Geen pesticiden — neonicotinoïden doden hele kolonies



