Herkenning
De akkerhommel (Bombus pascuorum) is een middelgrote hommel met een opvallend uniforme oranjebruine beharing — geen banden, geen contrasterende delen. Het achterlijf is iets lichter dan het borststuk. Mannetjes hebben dezelfde kleur als werksters maar zijn iets ronder. Vliegt vanaf 8 °C — minder vroeg dan de aardhommel maar wel langer doorgaand in nazomer.
Ecologische waarde
Belangrijke bestuiver met lange tong (tot 15 mm) — bereikt bloemen die korte-tong-bestuivers niet kunnen. Specialiteit zijn lipbloemigen (Lamiaceae): salie, dovenetel, brunel, hondsdraf, marjolein. Ook vlinderbloemigen zoals rode klaver en rolklaver zijn favoriet. In Nederland is dit de belangrijkste bestuiver van rode klaver-akkers.
Leefwijze
Sociale kolonies van 60–150 individuen — kleiner dan aardhommels. Nestelt bovengronds in graspollen, hooi, mosbedden en oude vogelnesten — een opmerkelijk verschil met andere hommels. Daarom is een ruige tuin met hoge grassen ideaal. Koninginnen overwinteren in de bodem.
In de ecotuin
De ideale 'hommel-voor-de-burgertuin' — accepteert vrijwel elke beplanting met diepe bloemen. Plant rolklaver, salie, lavendel en dovenetel; laat een ruige grasstrook ongestoord voor nesten. De vlucht-piek is in juni–juli, precies wanneer veel siertuinen al uitgebloeid zijn — biedt nectarbronnen voor zomer.
Tips
- Plant lipbloemigen — wilde marjolein, salie, hondsdraf, brunel
- Laat een hoge grasstrook (50 cm+) ongestoord voor bovengrondse nesten
- Rode klaver in de bloemenmix is dé akkerhommel-magneet
- Niet aanharken in voorjaar — bovengrondse nesten kunnen onder grasmat zitten



