Herkenning
Het boomblauwtje (Celastrina argiolus) is een licht hemelblauwe vlinder met smalle donkere vleugelrand. De onderkant is bleek lichtblauw-wit met fijne zwarte stipjes — een opvallend rustig patroon vergeleken bij andere blauwtjes. De vlinder vliegt vaak hoog rond struiken en bomen, in tegenstelling tot icarusblauwtje die laag boven het gras blijft.
Ecologische waarde
Twee generaties met opvallend verschillende waardplanten:
- Voorjaar (april–mei): hulst (Ilex aquifolium) — eieren op de bloemknoppen.
- Zomer (juli–augustus): klimop (Hedera helix) — eieren op klimopbloemen.
Sporkehout, kornoelje en braam zijn aanvullende waardplanten. De vlinder is een belangrijke bestuiver van klimop in de nazomer.
Leefwijze
Twee generaties: voorjaarsdier (april–mei) en zomerdier (juli–augustus). Pop overwintert. De rupsen leven verborgen tussen bloemen of knoppen en zijn moeilijk te vinden — ze worden vaak verzorgd door mieren via dezelfde zoete-vloeistof-symbiose als bij icarusblauwtje.
In de ecotuin
Eén van de makkelijkst aan te trekken vlinders. Een hulststruik en een klimop-pergola zijn samen genoeg voor een lokale populatie. Beide planten hebben extra winterwaarde voor merels en vogels — eco-meervoudige investeringen.
Tips
- Plant hulst — minimaal mannelijke en vrouwelijke struik voor bessen
- Laat klimop tot bloei komen (na 10 jaar) op een muur of pergola
- Snoei niet in april als hulst-knoppen vol eitjes zitten
- Klimop-bloei in september–oktober is essentiële late-zomer-nectar



