Herkenning
De boomhommel (Bombus hypnorum) heeft een opvallend roestbruin borststuk, een zwart middendeel en een wit achterlijfspunt — een uniek patroon onder Nederlandse hommels. De koningin is wat lichter qua bruin dan werksters. Vliegt graag rond struiken, in tegenstelling tot meeste hommels die op bloemenweiden actief zijn.
Ecologische waarde
De boomhommel is een recente kolonist — sinds 2003 in Nederland aangetroffen vanuit Duitsland en Belgisch Limburg. Inmiddels gevestigd. Bestuiver van fruitstruiken (ribes, frambozen, bramen) en zomerbloeiers. Niet inheems in strikt-historische zin, maar wel een waardevolle aanvulling op het bestuiver-spectrum.
Leefwijze
Sociaal in kleine kolonies (50–150 individuen). Karakteristiek: nestelt in oude vogelnesten, holle bomen en — verrassend — in nestkasten waar koolmezen al hebben gebroed. Een nestkast die in juni leeg is, kan in juli vol boomhommels zitten. Onschadelijk voor mensen mits niet aangeraakt.
In de ecotuin
Een dubbel-functie nestkast: koolmezen broed-1 in mei, boomhommels koloniseren-2 in juni–juli. Plaats kasten op 2–4 m hoogte met opening richting zuidoost. Plant ribes (aalbes, kruisbes) in de buurt voor specifiek voorjaars-voedsel.
Tips
- Hang nestkasten op 2–4 m hoogte — zelfde kasten doen tweemaal dienst
- Plant aalbes en kruisbes als voorjaars-stuifmeelbron
- Niet bang zijn als hommels in nestkast verschijnen — ze stoten geen vogels uit
- Behoud holle takken en oude vogelnesten in struiken



