Herkenning
De gewone gaasvlieg (Chrysoperla carnea) is een teer insect van 10 tot 15 millimeter met een slank, lichtgroen lichaam. De vier vleugels zijn doorschijnend met een fijn netwerk van groene aderen dat doet denken aan gaas, vandaar de naam. Opvallend zijn de goudglanzende ogen. Bij aanraking kan de gaasvlieg een onaangename geur afscheiden. De larve is geheel anders: een grijsbruin, langwerpig diertje met grote, sikkelvormige kaken.
Ecologische waarde
De gaasvlieg is vooral waardevol vanwege zijn larven, die ook wel bladluisleeuwen worden genoemd. Eén larve consumeert tijdens zijn ontwikkeling 200 tot 500 bladluizen. Daarnaast eten de larven wolluis, spintmijt, trips en eitjes van andere insecten. In de biologische landbouw worden gaasvliegen ingezet als natuurlijke plaagbestrijders.
Volwassen gaasvliegen voeden zich voornamelijk met nectar, honingdauw en stuifmeel. Ze dragen daardoor ook bij aan de bestuiving van planten.
Leefwijze
Gaasvliegen zijn voornamelijk schemeractief en worden aangetrokken door licht. De vrouwtjes leggen hun eitjes op kenmerkende dunne steeltjes aan de onderzijde van bladeren, vaak nabij bladluiskolonies. Dit voorkomt dat de eerst uitgekomen larven de overige eieren opeten. De larven doorlopen drie stadia en verpoppen zich vervolgens in een wit, zijden cocon.
In het najaar verandert de groene kleur van volwassen gaasvliegen naar geelbruin. Ze overwinteren in gebouwen, boomschors en dicht struikgewas. Bij het eerste warmere voorjaarsweer worden ze weer groen en actief.
In de ecotuin
Gaasvliegen profiteren van een bloemrijk tuinontwerp met nectar- en stuifmeelbronnen. Schermbloemigen, composieten en kruidachtige planten als venkel en dille zijn bijzonder geschikt. Laat bladluiskolonies bestaan als voedselbron voor de larven en vermijd elk gebruik van insecticiden.
Bied overwinterplekken aan door een gaasvliegenkastje op te hangen: een houten kastje gevuld met stro of houtkrullen, geplaatst op een beschutte plek.
Tips
- Hang een gaasvliegenkastje met stro op tegen een beschutte muur
- Plant schermbloemigen en laat venkel en dille uitbloeien
- Laat bladluiskolonies intact als kraamkamer voor gaasvlieglarven
- Vermijd buitenverlichting die gaasvliegen 's nachts aantrekt en uitput



