Herkenning
De honingbij (Apis mellifera) is een middelgroot, dichtbehaard insect van 12 tot 15 millimeter. Het lichaam is geelbruin tot donkerbruin gestreept. Werksters hebben aan de achterpoten speciale korfjes waarin ze stuifmeel verzamelen, dat als gekleurde bolletjes zichtbaar is. Honingbijen onderscheiden zich van wilde bijen door hun slanker postuur en het typische gonzende geluid bij het vliegen.
Ecologische waarde
De honingbij is een onmisbare bestuiver voor talloze planten. Eén kolonie kan op een dag miljoenen bloemen bezoeken. Honingbijen zijn bijzonder effectief omdat ze bloemconstant zijn: een werkster bezoekt steeds dezelfde plantensoort, wat de kruisbestuiving bevordert.
Naast cultuurgewassen bestuiven honingbijen ook wilde planten, al wordt hun rol soms overschat ten opzichte van wilde bijen. In een ecotuin is het belangrijk om zowel honingbijen als wilde bijen te ondersteunen, omdat ze complementaire rollen vervullen.
Leefwijze
Honingbijen leven in kolonies van 20.000 tot 60.000 individuen, geleid door één koningin. Werksters leven in de zomer slechts zes weken en besteden hun leven aan nectar en stuifmeel verzamelen, de raat bouwen en de larven voeden. In de winter vormt de kolonie een tros om warm te blijven en teert ze op de opgeslagen honing.
De communicatie verloopt via de beroemde bijendans: een waggelende beweging waarmee werksters de richting en afstand tot een voedselbron doorgeven aan nestgenoten.
In de ecotuin
De ecotuin kan honingbijen ondersteunen door een doorlopend bloeiaanbod te bieden van februari tot oktober. Vroege bloeiers zoals wilg en sneeuwklokje zijn cruciaal na de winter. In de zomer bieden lavendel, tijm en slangenkruid rijkelijk nectar. Klimop is een van de laatste nectarbronnen in het najaar.
Vermijd gevulde bloemen waarvan de meeldraden zijn omgevormd tot bloemblaadjes. Kies altijd voor enkelbloemige, inheemse soorten met open bloemvormen.
Tips
- Plant in groepen van dezelfde soort zodat bijen efficiënt kunnen foerageren
- Zorg voor een ondiepe waterbron met landingsplaatsen zoals steentjes of kurk
- Vermijd het gebruik van neonicotinoïden en andere insecticiden in de tuin
- Laat kruiden zoals tijm, oregano en munt uitbloeien als extra nectarbron



