Herkenning
Het hooibeestje (Coenonympha pamphilus) is met zo'n 30 mm vleugelspanwijdte een van onze kleinste dagvlinders. Bovenkant: warm okergeel-oranje met smalle bruine zoom en één klein zwart-met-witte-pupil ogje aan de voorvleugeltop. Onderkant achtervleugel: grijsbruin met een lichte zigzag. De vlucht is laag, trippelend, alsof de vlinder de toppen van de grassen aftikt.
Ecologische waarde
Indicator van schraalland in goede staat. Waardplanten zijn smalle inheemse grassen op voedselarme bodem — schapengras, struisgras en rood zwenkgras. Hooibeestje verdwijnt razendsnel uit terreinen die bemest of intensief gemaaid worden. Aanwezigheid in jouw tuin is een sterk signaal dat je grond schraal genoeg is.
Leefwijze
Twee tot drie generaties per jaar in zuid-Nederland. De rups overwintert in een halfgegroeid stadium tussen grassprieten. Vlinders zijn extreem plaatsgebonden — hele kolonies houden zich vaak tot één hectare beperkt en verspreiden zich nauwelijks.
In de ecotuin
Voor wie een schraalland-stukje aanlegt: hooibeestje is een van de eerste vlinders die zich vestigt. Cruciaal: geen mest, geen kunstmest, geen tuinaarde-aanvulling. Maai een keer per jaar in september. Combineer met wilde tijm en brunel voor nectar.
Tips
- Schaaf de bovenste 10 cm tuinaarde af om bloemenweide-substraat te krijgen
- Zaai schapengras en gewoon struisgras in
- Plant wilde tijm en brunel als kort-bloeiende nectarbron
- Maai pas in september en altijd het maaisel afvoeren



