Herkenning
De Europese hoornaar (Vespa crabro) is met 25–35 mm (koninginnen) onze grootste inheemse wesp — bijna twee keer zo groot als de gewone wesp. Het lichaam is oranjebruin op het borststuk, met geel-zwart gestreept achterlijf. De vleugels zijn doorzichtig met een rossige tint. Mannetjes hebben langere voelsprieten dan werksters.
Ecologische waarde
Een belangrijke natuurlijke predator van vliegen, kleinere wespen, bijen en rupsen. Eén nest neemt naar schatting 500 g insecten per dag op tijdens piek-zomer. Hoornaars zijn — in tegenstelling tot de slechte reputatie — aanzienlijk minder agressief dan de gewone wesp en steken zelden. Aanwezigheid wijst op een goed ecosysteem met oude bomen.
Leefwijze
Sociale kolonies van 200–500 individuen met één koningin. Nestelt in holle bomen, vogelnesten, op zolders of in holle muren. Het nest is een gele papierachtige bol gemaakt van vermalen hout. Alleen koninginnen overwinteren; nest sterft in oktober. Werksters zijn dagactief; volwassen hoornaars vliegen ook 's avonds — een uitzondering onder wespen — en kunnen door verlichting aangetrokken worden.
In de ecotuin
Hoornaars-nesten in een tuin zijn vrijwel nooit gevaarlijk — werksters verdedigen alleen het nest binnen 2 meter en negeren mensen anderszins. Niet verdrijven. Een nest in jouw schuur betekent dat 200 hoornaars per dag andere insecten controleren. Pas op met aankleding — donkere kleuren niet bij nest, en geen parfum. Niet te verwarren met de invasieve Aziatische hoornaar (kleinere, donkerder).
Tips
- Niet bestrijden of verdrijven — hoornaars zijn behulpzaam, niet gevaarlijk
- Geen donkere kleuren of parfum binnen 2 m van een nest
- Hang een nestkast op (5×5×30 cm holte) — koninginnen zoeken vanaf april
- Meld vermoedens van Aziatische hoornaar (V. velutina) bij NVWA — die is invasief



