Herkenning
Het landkaartje (Araschnia levana) heet zo door het kaartachtige patroon op de onderkant van de vleugels — een netwerk van wittelijntjes op donkerbruin. De bovenkant verschilt drastisch tussen twee generaties (seizoenpolyfenisme):
- Voorjaarsvorm (mei): oranje-rood met zwarte vlekken — leek vroeger op een kleine kaartjevlinder.
- Zomervorm (juli–augustus): overwegend zwart met witte band — leek op een atalanta.
Dit verschil komt door temperatuur tijdens de pop-fase: korte koude dagen → oranje, lange warme → zwart. Tot 1853 dacht men dat het twee aparte soorten waren.
Ecologische waarde
Waardplant is uitsluitend brandnetel (Urtica dioica). De vlinder gebruikt schermbloemen voor nectar en concentreert zich vooral op fluitenkruid in mei en gewone berenklauw in juli. Honingdauw op blad is een belangrijke aanvullende bron.
Leefwijze
Twee generaties per jaar. Eieren worden afgezet in keurige rijtjes onder brandnetelblad. Rupsen leven gezellig in groepen op één plant en eten 'm soms volledig leeg. Pop overwintert.
In de ecotuin
Brandnetels zijn essentieel én onderschat. Een vierkante meter brandnetel op een halfschaduwrijke plek voedt landkaartjes, atalanta's, dagpauwogen, kleine vossen en gehakkelde aurelia's tegelijk. Combineer met fluitenkruid en braam.
Tips
- Behoud een brandnetelvak van minimaal 4 m² in halfschaduw — niet maaien tot oktober
- Plant fluitenkruid of laat het zelf opkomen — voorjaars-nectar
- Bramenstruweel binnen 30 m voor zomer-nectar
- Geen pesticiden — ook niet 'biologisch' — in de buurt van brandnetels



