Herkenning
Het oranje zandoogje (Pyronia tithonus) is een middelgrote, warm oranjebruine vlinder. De voorvleugels hebben een grote oranje vlek omsloten door donkerbruin; daarbinnen één zwart oog met twéé witte pupillen — dit dubbel-stip is het meest betrouwbare onderscheid van soortgenoten. De achtervleugel toont één kleinere oogvlek. Mannetjes hebben donkere geurschubben in een schuine band.
Ecologische waarde
Een typische bosrand-vlinder: hij heeft hoge grassen voor de rupsen en bramenstruiken voor nectar. Waardplanten zijn kropaar (Dactylis glomerata), gestreepte witbol (Holcus lanatus), struisgras en pijpestrootje. De vlinder is een belangrijke bestuiver van zomerbloeiers in ruige overgangszones.
Leefwijze
Eén generatie per jaar; vlieg-piek eind juli – half augustus. Rupsen voeden zich 's nachts en overwinteren tussen graspollen. Volwassen vlinders blijven dicht bij hun habitat — meestal binnen 100–200 meter. Bij ondersteuning groeit een populatie snel; bij verlies van waardplanten verdwijnt de soort lokaal in één seizoen.
In de ecotuin
Plant een struweelrand met braam, sleedoorn en hondsroos. Laat onder en naast deze rand een strook hoog gras staan — minimaal 50 cm breed. Maai pas na september. De vlinder vindt het razendsnel wanneer er bramen bloeien én ruige grassen op één plek staan.
Tips
- Combineer braam (nectar) met hoge inheemse grassen (waardplant) in dezelfde meter
- Maai de grasstrook nooit voor begin oktober
- Plant koninginnenkruid en knoopkruid als extra zomernectar
- Behoud sleedoorn en hondsroos in de struweelrand voor structuur



