Herkenning
De rode bosmier (Formica rufa) heeft een rood-bruin borststuk en een zwart achterlijf — een opvallend tweekleurig patroon. Werksters zijn 4–9 mm; koninginnen 12 mm. Bekendste kenmerk is haar nest: koepelvormige bouwsels van dennenaalden, soms 1–2 m hoog, in zonnige bosrand.
Ecologische waarde
Een sleutelsoort van het Nederlandse boshabitat. Eén kolonie kan tot 300.000 werksters tellen en is het hele jaar door actief. Beschermd onder de Wet natuurbescherming — opzettelijk verstoren of beschadigen van een nest is verboden. Reguleert insectenpopulaties, verspreidt zaden van bospestplanten via myrmecochorie.
Leefwijze
Sociaal in zeer grote kolonies met meerdere koninginnen. Mieren 'melken' bladluizen voor honingdauw — en in ruil beschermen ze de bladluizen tegen lieveheersbeestjes. Werksters jagen op rupsen en kleinere insecten en kunnen 100 m van het nest reizen. Koninginnen leven 15–20 jaar; werksters 1–4 jaar.
In de ecotuin
Niet aan te trekken in een typische tuin — vraagt naaldenstrooisel, bos-ecologie en lange-termijn rust. Wel: respecteer bestaande nesten in nabijgelegen bos. Niet verplaatsen, niet vernietigen, niet trappen. Een nest in jouw streek is een ecologisch geschenk.
Tips
- Niet verstoren of vernietigen van bestaande nesten — beschermd
- Behoud naaldbomen en hun strooisel in tuinen die aansluiten bij bos
- Geen pesticiden in een straal van 100 m van een nest
- Meld nieuwe nesten bij Stichting Nederlandse Bosmierenwerkgroep



