Herkenning
De rosse metselbij (Osmia bicornis) is een middelgrote, behaarde solitaire bij. Vrouwtjes hebben een opvallend roodbruin-bruin achterlijf en — in close-up — twee kleine 'horentjes' op de kop, gebruikt om aarde te kneden bij nestbouw (vandaar 'metselbij'). Mannetjes zijn iets kleiner met witte gezichtsbeharing. Op de buik draagt het vrouwtje een gouden borstel waarmee ze stuifmeel verzamelt.
Ecologische waarde
Een van de belangrijkste vroege bestuivers in Nederland. Eén rosse metselbij vervangt het bestuivingswerk van 80 honingbijen bij appel- en kersenbloesem — door haar buikborstel-techniek werkt ze efficiënter dan honingbijen die stuifmeel aan de poten dragen. Een fruitboom met rosse metselbijen produceert meetbaar meer vruchten.
Leefwijze
Solitair: elke vrouwtje bouwt haar eigen nest, geen kolonie. Ze metselt achter elkaar 5–10 cellen in een holle stengel of gat, elk gevuld met een mengsel van stuifmeel en nectar als provisie voor één larve. De cellen worden gescheiden door wandjes van klei en de ingang dichtgemetseld. Larven overwinteren in de cellen en komen uit als volwassen bijen in maart-april.
In de ecotuin
Een insectenhotel met de juiste afmetingen (gaten van 6–9 mm, 12–15 cm diep, op 1,5 m hoogte zuidoostkant) koloniseert binnen één seizoen. Combineer met fruitbomen of longkruid voor stuifmeelbron. Eén vrouwtje legt 25–35 eitjes per leven — exponentiële groei mogelijk.
Tips
- Insectenhotel met gaten van 6–9 mm op 1,5 m hoogte, oost-zuidoost gericht
- Hang ophanging vóór maart op — anders missen koningen het nestelseizoen
- Plant fruitbomen en longkruid voor vroege stuifmeelbron
- Vervang de holle stengels jaarlijks om parasieten te voorkomen



