Herkenning
De sleedoornpage (Thecla betulae) is met 40 mm de grootste Nederlandse page. Mannetjes zijn donkerbruin met op de onderkant van de achtervleugel oranje bandjes en korte staartjes. Vrouwtjes hebben extra opvallende oranje vlekken op de bovenkant van de voorvleugel — gevolg van een geslachtsdimorfisme. Vliegt hoog rond sleedoornstruiken — meestal alleen waarneembaar als je de boomtoppen scherp houdt.
Ecologische waarde
Waardplant is sleedoorn (Prunus spinosa) — de doornige struik die typisch is voor inheemse hagen en houtwallen. Onmisbare schakel in een ecologische haag-keten. Een aanwezigheid in jouw streek is een teken dat houtwallen er nog zijn — of beter: weer terug zijn.
Leefwijze
Eén generatie per jaar. Eieren worden afgezet op de uiteinden van sleedoorntakjes — knoptegen — in september. Ze overwinteren daar. Bij wintersnoei van een haag moet je de uiteinden niet weghalen, anders verlies je de hele eierlegging in één keer. Rupsen ontwikkelen zich in voorjaar tussen sleedoornblad. Pop hangt vaak laag in de struik.
In de ecotuin
Plant sleedoorn als onderdeel van een gemengde inheemse haag — meidoorn, hondsroos, gelderse roos, sleedoorn. Snoei alleen het binnenste deel van de haag — laat takpunten met knoppen ongesnoeid. Zonnige plek is essentieel; in dichte schaduw verschijnt de vlinder niet.
Tips
- Plant sleedoorn in een gemengde haag van minstens 5 m lang
- Snoei alleen het hart van de haag — laat 30 cm uiteinden ongesnoeid in winter
- Combineer met braam en koninginnenkruid in de bosrand voor nectar
- Zonnige standplaats — vermijd schaduwhoeken



