Herkenning
De grote bonte specht (Dendrocopos major) is een opvallende vogel van 22 tot 23 centimeter met een contrastrijke zwart-witte tekening. De rug is zwart met grote witte schoudervlekken. De onderzijde is witachtig met felrode onderstaartveren. Het mannetje heeft een rode nekvlek, het vrouwtje niet. Juvenielen hebben een rode kruin. Het ritmische geroffel op dood hout is in het voorjaar tot honderden meters ver hoorbaar.
Ecologische waarde
De grote bonte specht is een sleutelsoort in het bosecosysteem. Door het hakken van nestholtes in bomen creëert hij woongelegenheid voor tientallen andere soorten: mezen, boomklevers, vleermuizen, boommarters en wilde bijen gebruiken verlaten spechtenholen. Daarnaast is de specht een geduchte bestrijder van houtborende insectenlarven die hij met zijn lange, weerhaakachtige tong uit boomstammen haalt.
Het roffelen in het voorjaar dient als territoriumafbakening en partnerwerving, maar het hakkgeluid bij het foerageren verraadt de aanwezigheid van insectenlarven in hout.
Leefwijze
Grote bonte spechten zijn standvogels die het hele jaar in hun territorium verblijven. In het voorjaar hakt het paartje een nieuwe nestholte in dood of zacht hout. Vier tot zeven eieren worden door beide ouders bebroed. De jongen zijn na drie weken vliegvlug. Buiten het broedseizoen eten spechten veel noten en zaden, die ze vastklemmen in boomschorsspleten, zogeheten spechtsmidsen.
De schedel van de specht is voorzien van schokabsorberende structuren die de hersenen beschermen bij het hakken.
In de ecotuin
De belangrijkste maatregel voor spechten is het laten staan van dode en oude bomen. Dood hout herbergt insectenlarven als voedsel en biedt zacht materiaal voor nestholtes. Als het vellen van een dode boom noodzakelijk is, laat dan een stam van enkele meters hoogte staan als spechtenboom.
Bied in de winter vetbollen en pinda's aan op boomstammen. Spechten komen zelden naar hangend voer maar foerageren liever verticaal op stam of tak.
Tips
- Laat dode bomen of hoge stompen staan als foerageer- en nestplaats
- Smeer pindakaas (zonder zout en palmolie) in boomschorsspleten als wintervoer
- Plant inheemse bomen als eik, berk en wilg die veel insecten herbergen
- Verstoor roffelende of hakkende spechten niet in het broedseizoen



