Vorig voorjaar vond ik onder een omgekeerde bloempot bij de schuur een gewone pad — zo groot als mijn vuist, met die prachtige koperkleurige ogen. Ze zat daar waarschijnlijk al weken. En al die tijd had ze stilletjes mijn moestuin schoongehouden van slakken. Gratis, geruisloos en zonder gif.
Amfibieën zijn de meest onderschatte tuinbewoners die er bestaan. Ze eten enorme hoeveelheden slakken, muggen, vliegen en andere ongewervelden. Ze zijn een indicator voor een gezond ecosysteem. En ze vragen verrassend weinig — een beetje water, een beetje rommel, en het lef om niet alles op te ruimen.
Wie zijn de kandidaten?
In Nederlandse en Vlaamse tuinen kun je met enig geluk de volgende soorten tegenkomen:
- Gewone pad (Bufo bufo) — de meest voorkomende tuinamfibie. Robuust, tolerant, en een onvermoeibare slakkeneter. Overwintert graag onder stenen, houtblokken of in composthopen.
- Bruine kikker (Rana temporaria) — paait vroeg in het voorjaar, soms al in februari. Heeft een vijver nodig om zich voort te planten, maar jaagt verder in het hele tuingebied.
- Groene kikker (Pelophylax-complex) — de luidruchtige zomerbewoner van vijvers. Zit graag te zonnen aan de waterkant. Technisch een complex van soorten en hybrides, maar dat maakt voor je tuin niet uit.
- Kleine watersalamander (Lissotriton vulgaris) — elegant, stil en vaak over het hoofd gezien. Leeft in het voorjaar in water, de rest van het jaar op het land. De mannetjes krijgen in de paartijd een spectaculaire kamrug.
- Alpenwatersalamander (Ichthyosaura alpestris) — met zijn felblauwe flanken en oranje buik een van de mooiste inheemse dieren. Komt voor in een groot deel van Nederland, vooral op zandgronden.
Water: de basis
Zonder water geen amfibieën — zo simpel is het. Ze hebben water nodig voor de voortplanting. Maar niet zomaar water.
De ideale amfibieënvijver
- Ondiep tot matig diep: een deel van 10-20 cm (opwarmzone voor eieren en larven) en een deel van 50-80 cm (vorstvrij overwinteringsgebied).
- Flauw aflopende oevers: dit is cruciaal. Steile randen zijn doodsvallen. Dieren moeten makkelijk in en uit het water kunnen.
- Geen vis: dit kan niet genoeg benadrukt worden. Vis eet eieren, larven en kleine salamanders. Een vijver met goudvissen is voor amfibieën een woestijn.
- Gedeeltelijk beschaduwd: een vijver die de hele dag in de volle zon ligt, wordt te warm en krijgt problemen met algen. Een paar uur zon is voldoende.
- Beplanting in en rond het water: waterplanten bieden schuilplaatsen en eiafzetplekken. Salamanders wikkelen hun eieren individueel in blaadjes van waterplanten — een opmerkelijk precisiewerk.
De vijver hoeft niet groot te zijn. Een halve vierkante meter kan al voldoende zijn voor bruine kikkers om te paaien. Een kuip van 500 liter, ingegraven met een flauw aflopende rand, werkt uitstekend als startpunt.
Het land eromheen
Hier gaat het vaak mis. Mensen leggen een mooie vijver aan en maken de rest van de tuin tegelijk strak en opgeruimd. Maar amfibieën brengen het grootste deel van hun leven op het land door. Ze hebben schuilplaatsen nodig.
- Stapels hout of stenen — de absolute nummer één. Leg ergens in een beschaduwd hoekje een stapel takken, boomstamstukken of dakpannen neer. Padden kruipen er graag onder.
- Composthopen — leveren warmte en voedsel (insecten). Padden overwinteren er regelmatig in.
- Dichte bodembedekkers — klimop, maagdenpalm of pachysandra bieden dekking tegen predatoren en uitdroging.
- Hoge grasranden — niet maaien langs de vijveroever. Amfibieën gebruiken hoog gras als corridor en jachtgebied.
Verbindingen met de omgeving
Een hek zonder openingen is een barrière. Padden leggen in het voorjaar soms honderden meters af naar hun paaiplaats. Een opening van 13×13 cm onderaan het tuinhek is voldoende om de meeste amfibieën door te laten. Steeds meer gemeenten promoten zulke egeldoorgangen — die werken net zo goed voor padden.
Gevaren in de tuin
De tuin is niet per definitie veilig voor amfibieën. Enkele serieuze risico's:
- Robotmaaiers — vooral de modellen die 's nachts rijden zijn dodelijk voor padden. Padden zijn nachtactief en gaan niet weg voor een maaier. Laat robotmaaiers alleen overdag werken.
- Kelders en putten — amfibieën vallen erin en komen er niet meer uit. Dek putten af of leg er een plankje in als ontsnappingsroute.
- Slakkenkorrels met metaldehyde — giftig voor padden. Als je slakkenkorrels moet gebruiken, kies dan middelen op basis van ijzer-III-fosfaat, die zijn onschadelijk voor amfibieën.
- Vijvernetten met fijne maas — salamanders en kikkers raken erin verstrikt. Gebruik grove netten of liever helemaal geen netten.
Geduld en realisme
Als je een vijver aanlegt, komen de amfibieën niet per se het eerste jaar. Soms wel — bruine kikkers en kleine watersalamanders zijn behoorlijk mobiel en vinden nieuwe waterpartijen vaak binnen één tot drie seizoenen. Padden zijn conservatiever en keren liefst terug naar hun geboorteplaats.
Verplaats nooit amfibieën van elders naar je vijver. Het is verboden (alle amfibieën zijn wettelijk beschermd) en het risico op verspreiding van de schimmelziekte Batrachochytrium dendrobatidis (Bd) is reëel. Laat ze zelf komen. Als je tuin geschikt is, gebeurt dat vanzelf.
Die pad onder mijn bloempot is er inmiddels het derde jaar. Ik heb geen idee of het steeds dezelfde is — padden kunnen meer dan tien jaar oud worden — maar ik laat die bloempot met plezier omgekeerd liggen. Het is een kleine moeite voor een grote medestander.
