In Nederland leven ruim 360 soorten wilde bijen, waarvan het overgrote deel solitaire bijen zijn. Anders dan honingbijen leven deze soorten niet in kolonies maar nestelen ze individueel — in de grond, in holle stengels of in bestaande gaatjes in hout en muren. Een bijenhotel simuleert deze natuurlijke nestgelegenheid. Maar let op: de meeste commerciële bijenhotels zijn slecht ontworpen en kunnen meer kwaad dan goed doen. Met de juiste kennis bouw je een bijenhotel dat echt bijdraagt aan de wilde bijenpopulatie.
Welke bijen gebruiken een bijenhotel?
Niet alle solitaire bijen nestelen bovengronds. Circa 70% van de Nederlandse wilde bijen zijn grondnesters die gaatjes graven in zandige of lemige bodems. Een bijenhotel richt zich op de overige 30%: de holtenestelende soorten. De belangrijkste gasten zijn:
- Rosse metselbij (Osmia bicornis): een van de eerste bijen in het voorjaar, actief van maart tot juni. Ze metselt haar nestcellen dicht met leem.
- Gehoornde metselbij (Osmia cornuta): iets groter, ook vroeg actief. Uitstekende bestuiver van fruitbomen.
- Behangersbij (Megachile centuncularis): bekledt haar nestcellen met ronde stukjes blad, zichtbaar als cirkelvormige gaten in rozenbladeren.
- Maskerbijen (Hylaeus spp.): kleine, bijna onbehaarde bijtjes die hun nestcellen afsluiten met een cellofaanachtig secreet.
Onderzoek van het Naturalis Biodiversity Center toont aan dat een goed geplaatst bijenhotel in stedelijk gebied door 15 tot 25 verschillende soorten solitaire bijen kan worden gebruikt.
Materialen voor een effectief bijenhotel
Bamboe en riet
Gebruik bamboebuisjes of rietstengels met een inwendige diameter van 3 tot 10 mm. De meeste solitaire bijen prefereren diameters tussen 6 en 9 mm, maar variatie in diameters trekt meer soorten aan. Zaag de stengels af achter een knooppunt zodat de achterkant dicht is — bijen nestelen alleen in buisjes die aan één kant gesloten zijn. De lengte moet minimaal 10 cm zijn, bij voorkeur 15-20 cm. Kortere buisjes produceren meer mannelijke nakomelingen, wat de populatie-opbouw belemmert.
Controleer de buisjes op splinters aan de binnenkant. Ruwe randen beschadigen de tere vleugels van bijen. Schuur de voorkant eventueel licht bij.
Houtblokken met boorgaten
Boor gaten in blokken van onbehandeld hardhout zoals eik, beuk of es. Gebruik nooit naaldhout — dit kan harsen en vocht vasthouden, wat leidt tot schimmelvorming. Boor in het kopse hout (de dwarsdoorsnede), niet in de langsvezels. Gaten in langsvezels scheuren open bij vochtwisselingen, waardoor parasieten binnendringen.
Boor gaten van 3 tot 10 mm diameter, minimaal 8 cm diep, en laat minstens 1 cm tussen de gaten. Blaas het boorsel uit — achtergebleven houtkrullen blokkeren het nest.
Wat je moet vermijden
- Dennenappels, stro en boomschors: deze materialen worden door geen enkele bijensoort als nest gebruikt. Ze trekken wel oorwurmen en spinnen aan die nesten verstoren.
- Glas- of plasticbuisjes: deze ademen niet, waardoor condensvorming optreedt en schimmelinfecties de larven doden.
- Te grote hotels: massale bijenhotels concentreren populaties onnatuurlijk, wat parasieten en ziekten aantrekt. Onderzoek van de universiteit van Würzburg toont aan dat kleinere, verspreide nestblokken gezondere populaties opleveren.
Plaatsing van het bijenhotel
De locatie bepaalt het succes. Hang het hotel op een zuidoost- tot zuidgerichte plek, minimaal 1 meter boven de grond. De ochtenzon warmt de bijen op zodat ze vroeg actief kunnen worden — hun vliegspieren moeten een temperatuur van circa 35°C bereiken. Bescherm het hotel met een afdakje tegen regen, maar zorg dat dit niet te diep is, want dan schaduwt het de nestelgangen.
Plaats het hotel stabiel en trilvrij. Solitaire bijen onthouden de exacte locatie van hun nest op basis van visuele oriëntatiepunten. Een hotel dat beweegt in de wind desoriënteert terugkerende bijen.
Onderhoud en hygiëne
Hier gaat het bij veel bijenhotels mis. Solitaire bijen worden geparasiteerd door broedparasieten zoals goudwespen (Chrysididae), breedvoetbijen (Coelioxys) en de larven van de gewone bijenkever. Zonder onderhoud kunnen parasitenpercentages na drie jaar oplopen tot 50% of meer.
Vervang bamboe- en rietbuisjes elke twee tot drie jaar. Bewaar gebruikte buisjes in een gesloten container met een klein gaatje (8 mm) in een onverwarmde schuur. De nieuwe bijen komen er in het voorjaar uit, maar de parasieten blijven opgesloten omdat ze kleiner zijn en het gaatje niet passeren — of je kunt de buisjes openmaken en de cocons handmatig schonen.
Aanvullende maatregelen voor solitaire bijen
Een bijenhotel zonder voedselbronnen is zinloos. Zorg voor bloeiende planten binnen 200 meter — dat is de gemiddelde foerageerafstand van de meeste solitaire bijen, veel kleiner dan de 3-5 km van honingbijen. Plant vroegbloeiers zoals wilgenkatjes (Salix caprea), sleedoorn (Prunus spinosa) en krokus (Crocus vernus) voor de eerste metsel- en zandbijen.
Bied ook nestmateriaal aan. Metselbijen hebben leem nodig om hun nestcellen af te sluiten. Leg een onbedekte plek met kleiige grond aan in de buurt van het hotel. Behangersbijen knippen ronde stukjes uit bladeren van rozen, seringen en berken — plant deze in de directe omgeving.
Door deze wetenschappelijke inzichten toe te passen, creëer je niet alleen een decoratief element maar een functioneel onderdeel van het stedelijk ecosysteem dat daadwerkelijk bijdraagt aan de instandhouding van wilde bestuivers.
