Biodiversiteit12 min leestijd4 mei 2026

Hommels in de tuin: kolonies van een paar honderd, niet duizenden

Samenvatting

Een hommelkolonie is veel kleiner dan een honingbijenvolk — 50 tot 400 dieren — en eenjarig. Een tuin die de juiste lente-, zomer- en nazomerbloei biedt, herbergt meerdere soorten naast elkaar.

Leestijd

12min

De hommel (geslacht Bombus) is in Nederland met circa 28 inheemse soorten present, waarvan volgens EIS Kenniscentrum Insecten en Stichting Natuurmonumenten zeker 16 soorten op de Rode Lijst staan met sterk afnemende populaties. Anders dan honingbijen leven hommels in jaarlijkse kolonies van slechts 50-400 dieren — niet de duizenden van een honingbijenvolk. De koningin overleeft de winter alleen, vindt in maart-april een geschikt nest (vaak een verlaten muizenhol of dichtbeplante hoek), en bouwt dan haar volk op. Een tuin die hommels echt ondersteunt is daarom geen 'bijenparadijs' maar een biotoop met doorlopende bloei van vroegjaar tot late nazomer én geschikte nestlocaties — twee dingen die in een gangbare tuin meestal beide ontbreken.

Soorten die je in een gewone Nederlandse tuin kunt zien

  • Aardhommel (Bombus terrestris): de grootste, oranje-witte staart-rand. Algemeen, in vrijwel elke tuin.
  • Veldhommel (Bombus pascuorum): bruinrode staart, kleiner. Maakt nesten boven de grond — in vegetatie of holle stengels.
  • Steenhommel (Bombus lapidarius): zwart met rode staart. Kalkgeneigde tuinen, bloemenrijke borders.
  • Boomhommel (Bombus hypnorum): relatief recente kolonist (sinds 2000 in NL), bruine borst, witte staart. Nestelt in vogelhuisjes en holle bomen.
  • Tuinhommel (Bombus hortorum): lange tong (15-20 mm), kan in diepe bloemen (vingerhoedskruid, salie) waar andere hommels niet kunnen.
  • Akkerhommel (Bombus pascuorum ssp.): variant in akkerlanden.

Wie meerdere van deze soorten ziet heeft een rijke tuin — drie of meer is al uitzonderlijk in een gemiddelde tuin.

Bloei-doorgang — drie kritische periodes

1. Vroegjaar (februari-april) — de koningin-fase

Een hommelkoningin ontwaakt uit haar winterslaap met grote energiebehoefte (na 6 maanden zonder voer) en moet een nest stichten. Tuinen zonder vroege bloei zien geen kolonievorming. De voornaamste vroege voedselbronnen:

  • Krokus en sneeuwklokje (februari-maart): cruciaal eerste pollen.
  • Wilg (kornoelje, treurwilg, knotwilg): één van de allerbeste vroege bronnen — een vrouwelijke knotwilg met katjes voedt tientallen hommelkoninginnen tegelijk.
  • Hazelaar, els, dovenetel: vergelijkbare functie.
  • Long- en lungenwort, helleborus, hyacint: in maart-april.

2. Hoogzomer (mei-juli) — kolonie-uitbouw

De kolonie groeit naar topgrootte. Voer is meestal niet beperkt — de meeste tuinen bloeien dan rijk. Belangrijke specialistische soorten:

  • Vingerhoedskruid (Digitalis): alleen voor lange-tong-soorten zoals tuinhommel.
  • Salie, lavendel, bonenkruid: voor middel-tong-soorten.
  • Klokjes (Campanula): aardhommels gebruiken deze als 'binnen-slaapplek' tijdens regen.

3. Nazomer (augustus-september) — geslachtsdieren-fase

De fase waarin de meeste tuinen falen. Augustus is het bloeidipje in een gemiddeld Nederlandse tuin: lente bloei is voorbij, najaar nog niet begonnen. Maar dit is precies de fase waarin nieuwe koninginnen opgekweekt worden, die over enkele weken een winter ingaan en volgend jaar de nieuwe kolonies stichten. Voer in deze periode bepaalt direct het aantal koninginnen dat overwintert. Goede augustus-bloeiers:

  • Hemelsleutel (Sedum spectabile): dé augustus-bloeier, op zichzelf al een hommelmagneet.
  • Russische salie (Perovskia).
  • Echinacea, rudbeckia, asters.
  • Vlinderstruik (Buddleia).
  • Knoopkruid en kamperfoelie.

Nestlocaties — meer specifiek dan voer

Boven-de-grond-nesteraars

  • Veldhommel: in dichte vegetatie, holle stengels van vorig jaar, oude vogelnesten. Een 'rommelige' hoek in de tuin met ongesnoeide grasstengels werkt.
  • Boomhommel: in vogelhuisjes (mezenkast met 30 mm vlieg-opening), holle bomen, dakkapellen.
  • Hommelkast: een speciaal-gebouwde kast op 0,5-1 m hoogte werkt voor sommige soorten.

Onder-de-grond-nesteraars

  • Aardhommel: bewoont een verlaten muizenhol — diepte 20-50 cm. Een tuin met aanwezige veldmuis-populatie en niet-gespitte hoeken biedt nestmogelijkheid.
  • Steenhommel: graaft of bewoont stenenhopen, oude muren met losse mortelvoegen.

Voor de meeste tuinen is een 'wilde hoek' met dichtbegroeide vegetatie die niet gemaaid en niet gespit wordt, de meest effectieve nestlocatie-maatregel. Een 1-2 m² wilde hoek met grassen, brandnetel, vergeet-mij-niet, en een aantal stenen kan in een gemiddelde tuin een hommelkolonie huisvesten.

Wat hommels schaadt — onbedoeld

  • Neonicotinoïden: nog steeds in sommige sierplant-leveringen aanwezig (geconcentreerd in pollen). Vraag bij plantencentrum of leverancier expliciet om 'bijengezond' of 'biologisch geteeld'.
  • Bewateren overdag: een natte hommel kan overhitten of niet vliegen. Bewater 's avonds of vroeg ochtend.
  • Schoonmaken in de winter: koningenoverwinteren in losse aarde of onder bladhopen. Een tuin die in oktober compleet 'klaar voor de winter' wordt gemaakt verwijdert overwinteringsplaatsen.
  • Vlinderstruik (Buddleia) als enige bloeier: invasief, levert wel veel nectar maar geen pollen — een hommelkolonie die alleen van vlinderstruik leeft krijgt eiwittekort. Naast Buddleia altijd ook pollenbronnen.
  • Aardhommelkasten van groot-tuinbouwbedrijf: deze worden gebruikt voor commerciële glasteelt, hommels worden na seizoen weggegooid. Voor tuingebruik geen optie — natuurlijke kolonisatie werkt beter.

Tellen — Nederlandse hommeltelling

Stichting Wilde Bijen Nederland en EIS organiseren elk jaar een Hommelteldag in juni. Vrijwilligers tellen 30 minuten op één plek alle hommels die voorbijkomen, en geven soort op (basis-determinatie via app). De data leveren de beste indicatie van Nederlandse hommelpopulaties. Aanmelden via wildebijen.nl of eis.knnv.nl.

Wat je deze week kunt doen

Loop deze week je tuin door met een bloei-kalender in gedachten — wat bloeit nu (mei)? wat in augustus? wat in februari? Identificeer 'gaten' in de bloei-doorgang. Bestel voor het nazomergat (de meest kritieke) één pol hemelsleutel Sedum spectabile 'Brilliant', één Perovskia atriplicifolia, en een aster — €15-25 totaal. Plant deze maand of in september. Voor het vroegjaarsgat: bestel deze week 30-50 wilde krokussen-bollen voor planting in oktober — bloeien februari-maart. Markeer een 1-2 m² hoek van je tuin als 'wilde hoek' — die niet meer maaien, niet meer spitten, niet meer opruimen. Wilde Bijen Nederland en EIS organiseren regionaal cursussen 'Hommels herkennen' (1 dag, €30-50) — voor wie dit serieus wil meekrijgen, een uitstekende investering.