Als de zon ondergaat en de bijen hun nesten opzoeken, neemt een ander leger het over. Motten — duizenden soorten, in alle maten — beginnen hun nachtelijke ronde langs bloemen die speciaal voor hen openen. Het is een bestuivingsnetwerk dat tot voor kort nauwelijks aandacht kreeg, maar dat minstens zo belangrijk blijkt als het dagploegwerk van bijen.
Onderschat en onderbelicht
Onderzoek van de universiteit van Sussex (2020) toonde aan dat motten een derde van alle bloembezoeken in landelijke gebieden voor hun rekening nemen. Anders dan bijen bezoeken motten een veel breder scala aan plantensoorten, ook soorten die door dagbestuivers worden genegeerd. Daarmee zijn ze cruciaal voor de genetische diversiteit van wilde planten.
Nederland telt ruim tweeëntwintigduizend soorten nachtvlinders tegenover slechts vijftig soorten dagvlinders. Die verhouding alleen al maakt duidelijk hoe groot hun potentiële rol is in het ecosysteem.
Hoe motten bestuiven
Veel mottensoorten hebben een lange, oprolbare tong (roltong) waarmee ze nectar bereiken op de bodem van diepe buisbloemen. Soorten als de windepijlstaart (Agrius convolvuli) hebben een tong van meer dan tien centimeter — langer dan de mot zelf. Tijdens het nectardrinken raken ze bedekt met stuifmeel dat ze naar de volgende bloem meenemen.
Andere motten, zoals de agaatvlinder (Phlogophora meticulosa), bezoeken open bloemen en raken stuifmeel op hun lichaam kwijt aan stempels. Het mechanisme is minder gespecialiseerd dan bij bijen, maar de frequentie en het bereik compenseren dat ruimschoots.
Pijlstaarten: de kolibries van de nacht
De pijlstaarten (Sphingidae) zijn de spectaculairste nachtbestuivers. De kolibrievlinder (Macroglossum stellatarum) is overdag actief en zweeft als een miniatuurkolibrie voor bloemen. Maar zijn nachtelijke verwanten — de lindepijlstaart (Mimas tiliae), ligusterpijlstaart (Sphinx ligustri) en oleanderpijlstaart (Daphnis nerii) — zijn even indrukwekkend en ecologisch belangrijk.
Planten voor de nacht
Nachtbloeiende en avondgeurende planten zijn specifiek geëvolueerd om motten aan te trekken. Typische kenmerken: witte of lichtgele bloemen (goed zichtbaar in het donker), sterke zoete geur (die 's avonds toeneemt), en diepe buisvormige bloemen (bereikbaar met een lange roltong).
Essentiële nachtplanten voor je tuin:
- Avondkoekoeksbloem (Silene latifolia): inheems, witte bloemen die 's avonds openen en intens geuren.
- Welriekende nachtviolier (Hesperis matronalis): verwildert makkelijk, bloeit paars tot wit.
- Nachtschone (Mirabilis jalapa): niet winterhard maar makkelijk jaarlijks te zaaien.
- Wilde kamperfoelie (Lonicera periclymenum): dé klimplant voor avondbestuivers.
- Zeepkruid (Saponaria officinalis): inheems, lichtroze bloemen met avondgeur.
- Teunisbloem (Oenothera biennis): gele bloemen die letterlijk voor je ogen opengaan bij schemering.
Lichtvervuiling: de stille killer
Kunstlicht is voor motten wat pesticide is voor bijen: een massale bedreiging. Motten navigeren op basis van natuurlijk licht — maan en sterren. Kunstlicht verstoort dat navigatiesysteem fundamenteel. Rondom straatlantaarns sterven jaarlijks miljarden motten door uitputting, predatie en desoriëntatie.
In je eigen tuin kun je direct verschil maken:
- Schakel decoratieve tuinverlichting uit, of gebruik bewegingssensoren.
- Kies voor warm, amberkleurig licht (onder 2200 Kelvin) als verlichting noodzakelijk is — dat trekt minder insecten aan dan wit of blauwachtig licht.
- Richt lampen naar beneden, niet omhoog of horizontaal.
- Sluit gordijnen na zonsondergang om lichtuitstraling vanuit huis te beperken.
Rupsen: de vergeten helft
Elke mot was eerst een rups, en rupsen zijn een onmisbare voedselbron voor vogels. Koolmezen voeren hun jongen met honderden rupsen per dag. Zonder mottenrupsen storten meerdere vogelsoorten in. De waardplanten van rupsen — brandnetel, wilg, eik, sleedoorn — zijn dus indirect ook vogelplanten.
Laat een hoek van je tuin wild. Brandnetels, distels en grassen die je als tuinier liever kwijt bent, zijn de kraamkamer van talloze mottensoorten. Een verwaarloosde hoek is in ecologische zin de meest productieve plek van je tuin.
Motten waarnemen
Wil je weten welke motten in je tuin leven? Hang een wit laken op met een UV-lamp ervoor — de klassieke nachtvlindervalmethode. Binnen een uur op een warme zomernacht kun je tientallen soorten tellen. Registreer ze op waarneming.nl en draag bij aan het landelijke monitoringsprogramma.
Het is een wereld die de meeste mensen nooit zien, maar die recht onder hun raam bruist van leven. Motten verdienen dezelfde aandacht als vlinders en bijen — en datzelfde respect.
