Volgens EIS Kenniscentrum Insecten en de spinnenwerkgroep van het Nederlands Soortenregister komen er ongeveer 700 soorten spinnen in Nederland voor. Spinnen zijn geen insecten maar spinachtigen (Arachnida): acht poten, twee lichaamsdelen, geen vleugels. In ecologische zin zijn ze topjagers van het kruipende voedselweb — een gemiddelde Nederlandse hectare tuingrond herbergt naar schatting 100-300 spinnen per vierkante meter en die eten samen tot 1300 prooidieren per hectare per jaar (data uit langjarige proeven van Wageningen UR Entomology).
Drie strategieën, drie tuinrollen
1. Webbouwers
De familie van wielspinners (Araneidae) en draadspinners maakt klassieke geometrische webben. De kruisspin (Araneus diadematus) is de bekendste — herfstgast in elke tuin. Een wielweb staat per nacht 5-10 minuten op om te 'draaien' en blijft de rest van de tijd hangen. Per dag vangt één kruisspin gemiddeld 5-15 vliegende insecten — vooral muggen, bromvliegen, motjes.
Trechterspinners (Agelenidae) en kogelspinners (Theridiidae) maken vlakke of onregelmatige webben in struikdek, in dakgoten en tussen tegels. Een tuin met dichte heggen en hoekjes met natuurlijke structuur biedt webposities die in een gemanicuurde gazontuin volledig ontbreken.
2. Loopjagers
Wolfspinnen (Lycosidae) en zigzagspinnen (Salticidae, springspinnen) jagen actief op de grond zonder web. Wolfspinnen rennen prooi achterna, springspinnen springen erop vanaf een paar centimeter. Springspinnen hebben acht ogen waarvan twee enorme ogen voorop — ze zijn de enige spinnen die je kunt zien kijken. Hun hoofd draait letterlijk mee met je vinger.
Loopjagers zijn afhankelijk van een levendige bodem met genoeg dekking: bladhopen, mulchlagen, grassprieten. Een glad bestrate tuin is voor hen onbruikbaar.
3. Hinderlaag-jagers
Krabspinnen (Thomisidae) zitten roerloos op bloemen, vaak gekleurd als de bloem zelf, en grijpen bestuivende insecten. Een gele krabspin op een gele bloem of een witte op een madelief is bijna onzichtbaar tot een hommel of dagvlinder landt. Hinterlaag-jagers zijn zeldzamer in onze tuinen en duiken vooral op in soortenrijke borders met diversiteit aan bloemvormen.
Wat spinnen voor de tuin doen
- Plaagonderdrukking. Een tuin met een gezonde spinnenpopulatie heeft minder muggen, vliegen en motjes — geen vervanging voor zweefvliegen of lieveheersbeestjes, maar een aanvulling die juist bij volwassen vliegende plagen werkt.
- Trofische schakel. Spinnen zijn op hun beurt voedsel voor mussen, mezen, gewone grasmussen, winterkoninkjes en andere insectivore vogels. Een mussenfamilie (zie ons artikel over huismussen) eet honderden spinnen tijdens het broedseizoen.
- Indicator van rust. Een tuin met intacte webben en zichtbare spinnen is per definitie een tuin waar weinig wordt gespoten en weinig dagelijks wordt geschoffeld.
Hoe je spinnen verliest
Vier handelingen ondergraven spinnenpopulaties:
- Insecticiden. Algemene insecticiden treffen spinnen niet zelden harder dan hun prooi — ze hebben een minder snel ontgiftend metabolisme. Een eenmalige bespuiting met pyrethroïden tegen 'lastige' bladluizen vaagt de spinnenstand voor weken weg.
- Aanharkingsdrang in oktober en maart. Veel spinnen overwinteren als juveniel of als eicocon onder bladhopen, in stengels of in mosgemoed. Een tuin die elke schemerig moment grondig 'wintervast' wordt gemaakt verliest haar volgend voorjaar haar spinnenmotor.
- Strakke gevels en dakgoten. Geen spleten, geen verstopplekken, geen hoekjes — geen spinnen.
- Buitenlampen die de hele nacht branden. Vlinders en motjes komen op af en raken uitgeput; spinnen die ervan zouden eten kunnen de uitval niet bijhouden — en de andere kant van het probleem: vele bestuivers gaan verloren.
Geen reden voor angst — feitelijk
Geen enkele Nederlandse spin is gevaarlijk voor mensen. De grootste, de waterspin (Argyroneta aquatica) en de vissersspin, zijn allebei waterbewoners en worden zelden gezien. Spinnenbeten van bijvoorbeeld de gewone tuinspin geven hooguit korte irritatie, vergelijkbaar met een muggenbeet. De huiveringwekkende verhalen over 'gevaarlijke spinnen in Nederland' betreffen vrijwel altijd zeldzame zuidelijke importsoorten in supermarktproducten — niet tuinbewoners.
Wel is het verstandig om kinderen en huisdieren weg te houden van het kruistuin (Araneus diadematus) tijdens het bouwen van een web — het beest reageert op een trilling met een waarschuwingstrilling, niet met een aanval, maar de webben zijn waardevol genoeg om niet te verwoesten.
Welke planten en structuren spinnen aantrekken
- Dichte heggen en hoeken: meidoorn, klimop, wilde roos, liguster.
- Hoge vaste planten die hun stengels behouden: kaardenbol, koninginnekruid, gewone goudroede.
- Steenstapels en muurspleten: trechterspinners.
- Mosgemoed en bladlagen: loopjagers en juveniele spinnen.
- Bloeiende borders met diverse bloemvormen: krabspinnen.
Wat je deze week kunt doen
Laat een dakgoek-, schuur- of hoekspleet onaangetast. Schoffel niet onder hagen of vaste planten. Spaar elke spin die je tegenkomt; verplaats spinnen die in huis komen via een glas en een kaart naar buiten in plaats van te doden. Wie wil weten welke soorten in zijn tuin zitten kan via de spinnenwerkgroep van EIS foto's via Waarneming.nl indienen — vrijwilligers determineren binnen dagen tot soort, en je tuin draagt zo bij aan de Nederlandse spinnenkartering.
