Als mensen "bijen" zeggen, bedoelen ze meestal de honingbij. Eén soort. Gehouden door imkers. Maar in Nederland leven ruim 360 soorten wilde bijen, en dat zijn pas de echte helden van de bestuiving. Veel ervan zijn beter in hun werk dan honingbijen — effectiever, specialistischer, en al actief als het voor honingbijen nog te koud is.
Het probleem: de meeste mensen herkennen ze niet. Die kleine, donkere bij op je braamstruik? Waarschijnlijk geen honingbij maar een groefbij. Dat harige bolletje in je muur? Een metselbij. Die langsrazende, luidruchtige bromtol boven de lipbloemen? Een hommel — ook een wilde bij, technisch gezien.
De belangrijkste groepen
Hommels (Bombus)
Hommels zijn de makkelijkst herkenbare wilde bijen: groot, harig, luidruchtig. In Nederland leven zo'n dertig soorten, waarvan je er een stuk of acht regelmatig in tuinen tegenkomt. De aardhommel (Bombus terrestris) is de meest voorkomende — gele band op het borststuk, gele band op het achterlijf, wit achterste. De steenhommel (Bombus lapidarius) is zwart met een felrood achterlijf. De akkerhommel (Bombus pascuorum) is geheel bruinachtig behaard.
Hommels leven in kleine volkjes (vijftig tot een paar honderd werksters) en nestelen in de grond, onder schuurtjes, of in verlaten muizennesten. Koninginnen overwinteren in de grond en starten in het vroege voorjaar zelfstandig een nieuw nest.
Metselbijen (Osmia)
De roodbuikmetselbij (Osmia bicornis) is de poster child van bijenhotels. Roodbruin behaard lichaam, nestelt in holtes van zes tot acht millimeter doorsnede. Ze metselt kamers van leem, legt in elke kamer een eitje op een klompje stuifmeel, en sluit de hele gang af. Eén vrouwtje bestrijkt een kleiner gebied dan een honingbij, maar bestuit per bloem véél meer stuifmeel. Fruitboomgaarden profiteren enorm van metselbijen.
Zandbijen (Andrena)
De grootste groep wilde bijen in Nederland — meer dan honderd soorten. Ze nestelen in de grond, vaak in zandige bodems. Je ziet ze aan de kleine hoopjes zand met een gaatje erin, als miniatuurvulkanen. De vosje (Andrena fulva) is een van de opvallendste: helder roodbruin behaard en actief in het vroege voorjaar op wilg en fruitbomen.
Groefbijen (Lasioglossum en Halictus)
Kleine, vaak donkere bijtjes die door de meeste mensen voor vliegen worden aangezien. Maar kijk goed: ze hebben beharing op de achterpoten (voor stuifmeelvervoer) en langere antennes. Sommige soorten zijn semi-sociaal — ze delen een nestingang maar hebben elk hun eigen kamers. Ze nestelen in de grond en zijn actief van april tot september.
Behangersbijen (Megachile)
De naam zegt het al: ze knippen cirkelvormige stukjes uit bladeren (rozen zijn favoriet) en bekleden er hun nestholtes mee. Als je nette ronde gaatjes in je rozenbladeren ziet, is dat geen ziekte maar het werk van een behangersbij. Niet bestrijden — vieren.
Wat wilde bijen nodig hebben
Voedsel: bloemen, bloemen, bloemen
Het belangrijkste: een doorlopend aanbod van bloemen van maart tot oktober. Veel wilde bijen zijn actief in het vroege voorjaar, wanneer er in de gemiddelde tuin nog weinig bloeit. Cruciale vroege bloeiers zijn:
- Wilg (Salix) — de allerbelangrijkste vroege nectarbron voor tientallen soorten
- Sleedoorn — bloeit voor het blad verschijnt, in maart-april
- Krokus — plant de botanische soorten, niet de grootbloemige cultivars
- Pulmonaria (longkruid) — een van de eerste vaste planten die bloeit
In de zomer zijn lipbloemen (salie, tijm, oregano, kattenkruid) en schermbloemigen (wilde peen, engelwortel) bijzonder waardevol. Let op: gevuld bloeiende planten zijn waardeloos voor bijen — de meeldraden zijn omgezet in bloemblaadjes, waardoor er geen stuifmeel of nectar meer is.
Nestgelegenheid
Minstens zo belangrijk als voedsel, en veel vaker de beperkende factor:
- Open, zandige grond — voor zandbijen en veel groefbijen. Laat ergens een stukje grond onbedekt en onbetreden. Een talud op het zuiden is ideaal.
- Dood hout met keversboorgaatjes — metselbijen nestelen in bestaande holtes in dood hout, holle stengels en muren.
- Holle stengels — laat uitgebloeide stengels van braam, riet en vlinderstruik tot het voorjaar staan. Knip ze niet in de herfst af.
- Bijenhotels — werken goed voor metselbijen en behangersbijen, mits correct uitgevoerd. Gebruik harde houtsoorten (eik, beuk) met geboorde gaten van drie tot tien millimeter, of bundels bamboe/riet. Gaatjes moeten glad zijn (geen splinters) en aan de achterkant dicht. Hang het hotel op het zuiden, beschut tegen regen.
Pesticiden: gewoon niet doen
Dit is geen genuanceerde kwestie. Insecticiden doden bijen. Neonicotinoïden zijn berucht, maar ook veel andere middelen zijn schadelijk. De enige bijenproof-tuin is een gifvrije tuin. Punt.
Herkenning oefenen
Begin simpel. Je hoeft niet elke soort op naam te brengen — begin met het niveau van de groep. Is het een hommel, een zandbij, een metselbij, een groefbij? Alleen dat onderscheid maakt je blik al veel rijker. De app ObsIdentify helpt bij determinatie, en op waarneming.nl kun je je waarnemingen vastleggen. De website wildebijen.nl van EIS Kenniscentrum Insecten is een schatkamer aan informatie.
En dan die ene kanttekening: een bijenhotel ophangen is leuk, maar het is niet genoeg. De meeste wilde bijen nestelen in de grond en komen nooit bij een hotel in de buurt. De echte hulp zit in bloemen, pesticidevrij tuinieren en een beetje rommel tolereren. Die open zandplek, die dode stengels, dat muurtje met kieren — dát is waar het verschil wordt gemaakt.
