Beschrijving
Wilde marjolein (Origanum vulgare) is een overblijvende, aromatische plant uit de lipbloemenfamilie. De plant wordt 30 tot 60 centimeter hoog en vormt dichte pollen met rechtopstaande, vaak roodachtig aangelopen stengels. De eironde blaadjes zijn licht behaard en verspreiden bij aanraking een heerlijke, kruidige geur. Van juli tot september verschijnen de talrijke kleine, paarsroze bloemetjes in dichte schermvormige bijschermen aan de top van de stengels.
De plant verspreidt zich zowel via zaad als via ondergrondse uitlopers, waardoor zij in de loop der jaren fraaie, brede pollen kan vormen. In de winter sterft het bovengrondse deel af, maar de wortelstok overwintert probleemloos.
Ecologische waarde
Wilde marjolein is een van de meest waardevolle nectarplanten voor insecten in de Nederlandse flora. De bloemen trekken een indrukwekkend scala aan bestuivers aan:
- Vlinders – onder meer het bruin zandoogje, kleine vuurvlinder en diverse blauwtjes bezoeken de bloemen gretig.
- Bijen – zowel honingbijen als tientallen soorten wilde bijen, waaronder diverse zandbijen en maskerbijen.
- Zweefvliegen en kevers – profiteren eveneens van het rijke nectaraanbod.
De zaadjes zijn in het najaar een voedselbron voor kleine zangvogels. Bovendien bieden de dichte pollen schuilgelegenheid voor allerlei kleine ongewervelden.
Groeiomstandigheden
Wilde marjolein gedijt het best op een zonnige tot halfbeschaduwde standplaats met droge tot matig vochtige, kalkrijke en goed doorlatende grond. De plant is uitstekend bestand tegen droogte en heeft geen extra bemesting nodig – een te voedselrijke bodem leidt juist tot slap, smaakloos blad. Op zware kleigrond doet de plant het minder goed; meng hier eventueel grof zand of grind door de bodem.
Gebruik in de ecotuin
In de ecotuin is wilde marjolein een onmisbare soort. Plant haar langs paden, in een kruidenspiraal, op een droog talud of in een bloemrijk grasland. Ze combineert prachtig met andere kalkgraslandplanten zoals Salvia pratensis (veldsalie), Centaurea scabiosa (grote centaurie) en Leucanthemum vulgare (gewone margriet). In een vlinderrand is wilde marjolein een absolute must.
Tips
- Maai de plek waar wilde marjolein groeit pas na het uitbloeien (oktober) en voer het maaisel af om de bodem schraal te houden.
- De plant laat zich eenvoudig vermeerderen door scheuring van de pol in het voorjaar of door zaai in maart-april.
- Gebruik de blaadjes en bloemetjes gerust in de keuken – het is dezelfde soort als de oregano uit het Middellandse Zeegebied, maar met een iets mildere smaak.
- Laat in de winter de afgestorven stengels staan: ze bieden schuilplaatsen voor overwinterende insecten.




